Voeren in de praktijk

Kalveren voeren

De biestperiode

Een kalf wordt geboren zonder immuunsysteem. Dit ontwikkelt zich al snel, maar tot die tijd functioneren de anti-stoffen van een speciale melk, biest, als afweersysteem. De antistoffen in de biest beschermen het kalf tegen ziekte totdat het kalf zelf afweerstoffen heeft ontwikkeld.

De biestperiode duurt 5 tot 7 dagen. Tijdens deze periode moeten kalveren droog, schoon en in tochtvrije boxen worden gehuisvest. De eerste portie biest, 1 tot 2 liter, moet in de eerste drie uren na de geboorte worden gegeven. Daarna moet het kalf twee keer per dag worden gevoerd en de dagelijkse hoeveelheid moet met ongeveer een liter per dag worden verhoogd. Dit betekent dat de hoeveelheid melk 6 tot 8 liter is aan het einde van de biestperiode.

Het verteringssysteem van het kalf

Bij de geboorte is het verteringssyteem van een kalf nog niet ontwikkeld. Van de vier compartimenten, functioneert alleen de lebmaag. Het kalf is daarom afhankelijk van melk als voedselbron. Vanaf de derde week moet een kalf ook vast voer krijgen in de vorm van krachtvoer, hooi of kuilvoer. Het kalf moet ook 24 uur per dag toegang hebben tot schoon water.

Wanneer het kalf regelmatig eet, kan de hoeveelheid melk geleidelijk worden afgebouwd. Als de hoeveelheid melk geleidelijk wordt afgebouwd en vast voer en water zijn beschikbaar, zal het kalf zich langzamerhand ontwikkelen tot herkauwer.

Terug naar boven

Kalverdiarree

Kalverdiarree is een altijd aanwezig gevaar voor jonge kalveren. Een goed voerschema, de juiste verzorging en een veelomvattend gezondheidsprogramma kunnen de gevallen van diarree en uitval minimaliseren.

Kalverdiarree veroorzaakt meer financiële schade aan kalveropfokbedrijven dan welk ander ziekte gerelateerd probleem ook.

In Amerika krijgt ongeveer 10% van alle pasgeboren kalveren diarree, meestal in de eerste 7 tot 10 dagen na de geboorte. Zo’n 30% van de kalveren die het overleven, zullen nooit naar vermogen presteren. In veel gevallen kan de oorzaak van diarree worden gerelateerd aan een te lage biestopname bij het pasgeboren kalf.

De kwaliteit van de biestopname heeft niet alleen een groot effect op diarree, maar ook op veel andere kalverziektes. Als een kalf diarree krijgt moet het direct behandeld worden om uitdroging, vergiftiging en electrolytenverlies te voorkomen.

Belangrijke zaken bij kalvervoeren:

  • De dagelijkse hoeveelheid biest voor een kalf is 2 tot 6-8 liter.
  • Meerdere kleine porties worden aanbevolen. Dit heeft te maken met het kleine volume van de maag van het kalf (ongeveer 2 liter) en het helpt de melk in de lebmaag te stremmen.
  • De temperatuur van zoete melk moet 38°C zijn. Zure melk kan worden gevoerd bij een temperatuur van 15 tot 20°C.
  • De melk mag geen klonten bevatten en moet altijd vers zijn.

Samenvatting

  • Het kalf moet in een natuurlijke hoek uit een speen drinken.
  • Het kalf moet kleine porties drinken die geschikt zijn voor het kleine volume van de lebmaag.
  • De melk moet op de juiste temperatuur verstrekt worden. Anders bestaat er een vergroot risico op diarree.
  • De hoeveelheid melk moet langzaam worden verminderd. Het kalf moet minstens 1 kg krachtvoer eten voordat de hoeveelheid melk mag worden verminderd.

Vaarzen voeren

De vaars is waarschijnlijk het meest verwaarloosde dier in de veestapel. Vaarzen voeren met voedermiddelen van hoge kwaliteit is belangrijk, omdat vaarzen de melkkoeien van morgen zijn. Het doel voor een vaars is om binnen 24 maanden een melkproducerende koe te zijn. Om dit te bereiken, moet ze per dag ongeveer 700g in gewicht toenemen. Tijdens de “puberteit” (tussen de leeftijd van 6-10 maanden) moet een vaars zorgvuldig worden gevoerd. In dit stadium bestaat het risico dat de vaars te veel vetweefsel ontwikkelt in de uier doordat ze te snel wordt opgefokt. Om dit te voorkomen moet de energiehoeveelheid worden beperkt (zie plaatje hieronder).

Terug naar boven

Vaarzen groeien goed op goed verteerbaar gras als er mineralen worden toegevoegd. Maar ze groeien niet goed bij een rantsoen met alleen stro, laat gemaaid hooi of laat gemaaid kuilvoer.

Algemene regels:

  • Voer voldoende vezels => gemiddelde groei, een goede melkkoe kan zich ontwikkelen
  • Geschikte voermiddelen – hooi, vlinderbloemigen, kuilvoer en ingekuilde maïs
  • Ongeschikte voermiddelen – verse maïs en tarwe (te veel zetmeel)

De energiehoeveelheid moet een beetje verminderd worden tijdens de “puberteit”

Melkkoeien voeren 

FASE I - de droogstand

De droogstand begint ongeveer 8 weken voor afkalven. Het is een erg belangrijke periode, ook al wordt er geen melk geproduceerd. Net als een sportman moet ook een koe in topvorm zijn voor de lactatie. Desondanks worden droogstaande koeien vaak slecht gevoerd, in sommige gevallen worden ze te veel gevoerd, in sommige gevallen maar net genoeg om in leven te kunnen blijven. Voor een hoogproductieve koe is de droogstand een periode van rust en herstel. Beschadigingen in de pens kunnen worden hersteld en de koe kan zich voorbereiden op de nieuwe lactatie. Het is belangrijk dat de koe niet te vet is voor afkalven.

Terug naar boven

De droogstandsperiode kan worden onderverdeeld in twee sub-periodes met de taak:

  1. Rustperiode (3 tot 5 weken)
  2. Overgangsperiode ( 2 tot 3 weken)

1. Rustperiode
De energiebehoefte tijdens deze periode is laag. Voeropname moet voldoende zijn voor levensonderhoud en dracht. De lichaamsconditie moet nauwlettend in de gaten worden gehouden. Dunne koeien moeten aan kunnen komen terwijl vette koeien een beperkt rantsoen moeten krijgen. Geschikte voedermiddelen zijn grote hoeveelheden lang ruwvoer (hooi en onbeperkt stro).

2. Overgangsperiode
De overgangsperiode begint ongeveer 2 tot 3 weken voor afkalven. Het voer moet geleidelijk meer voedingsstoffen gaan bevatten. Dit kan worden bereikt door het verhogen van de hoeveelheid krachtvoer. Het doel van deze overgangsperiode is het maken van een geleidelijke verandering van voeders met een lage voederwaarde naar lacatievoer met een hoge voederwaarde waardoor de gezondheid en de productie verbeteren.

Onderzoek heeft uitgewezen dat een juiste overgangsperiode kan resulteren in een verhoging van 1.000 kg melk per lactatie. De overgangsperiode houdt in:

A. De micro-organismen in de pens passen zich aan om van een laag voedingsniveau naar een nieuw, rijk dieet te gaan

B. De penspapillen die voedingsstoffen absorberen verkleinen tijdens de rustperiode door de voedingsstoffen met een lage voederwaarde. De pens heeft tijd nodig om zich aan te passen aan de intensievere voeding tijdens de lactatie. Verhoogde voedingswaarde vergroot de papillen en maakt ze effectiever bij het absorberen van voedingsstoffen;

C. Het voerniveau moet niet te hoog zijn tijdens de overgangsperiode, omdat dit kan leiden tot gezondheidsproblemen

D. Om ziektes te voorkomen moet er vrije toegang zijn tot kuilvoer van goede kwaliteit zodat de pens goed gevuld is. Ook moeten de dieren gehouden worden op de plaats waar ze gemolken worden na de geboorte van het kalf.

Terug naar boven

FASE II - begin van de lactatie

Voeren rond het afkalven
Voeren rond het afkalven is moeilijk. De koe heeft een negatieve energiebalans en moet lichaamsvet mobiliseren om melk te kunnen produceren. Daarom is het nodig om zo snel mogelijk na afkalven de droge stof opname te verhogen zonder dat het penssysteem overstuur raakt.

Deze verhoging is nodig om het verlies van lichaamsvet te minimaliseren en de energiebalans te herstellen. Als een koe teveel lichaamsconditie verliest, kan dat voortplantingsproblemen veroorzaken. Het is ook van belang voor de balans in de hoeveelheid vitaminen en mineralen die opgenomen worden en voor het voorkomen van tekorten en verstoringen in de productie.

Problemen rond afkalven
Melkziekte
Melkziekte is een gedeeltelijke verlamming die een week voor afkalven tot een week na afkalven kan optreden. De koe raakt verlamd doordat het calciumniveau in het bloed onder de benodigde hoeveelheid komt.

Melkziekte kan voorkomen worden door de koe op de juiste manier te voeren, zodat ze niet te vet is rond de afkalftijd.

Hoefbevangenheid
Hoefbevangenheid is een hoefontsteking die voornamelijk voorkomt bij koeien in de eerste lactatie. De pijn aan de hoeven die hierdoor ontstaat zorgt voor een daling in de melkproductie. Snelle wisseling van voersoorten en rantsoenen met veel zuren (met een hoog gehalte aan zetmeel) dragen bij aan een verhoogde kans op hoefbevangenheid. Door de krachtvoerporties te verdelen over de dag blijft het pH-niveau in de pens stabiel.

Voeren tijdens de eerste periode na afkalven
Eigenschappen van de weken na afkalven:

  • Onvoldoende voeropname
  • Sterke toename melkproductie
  • Groot risico op tekort aan voedingsstoffen, bijvoorbeeld eiwit en energie

Tijdens deze periode is het moeilijk om de koe te voorzien van voldoende voedingsstoffen. In plaats van een toename van de voeropname, wat moeilijk is tijdens de periode na afkalven, kan de concentratie aan voedingsstoffen worden verhoogd. De lage voeropname resulteert ook in lage productie van microbiële eiwitten die in de pens worden gemaakt. Om te voldoen aan het benodigde gehalte eiwit, moet de hoeveelheid onverteerbaar eiwit worden verhoogd.

Terug naar boven

De eerste maanden van de lactatie
Voeren tijdens de eerste 2 tot 3 maanden van de lactatie heeft als doel de koe te voorzien van voldoende energie. Dit wordt bereikt door een hoge voeropname. Om de koe te helpen dit te bereiken, moet er aan een aantal algemene voorwaarden worden voldaan:

  • Gezond koeklimaat, veel koecomfort
  • Voeders van een hoge hygiënische kwaliteit
  • Vrije toegang tot schoon drinkwater

Er zijn ook een aantal algemene vereisten met betrekking tot voeders. De basisvereisten zijn:

  • Ruwvoer met veel energie - Dit geeft niet alleen een hogere concentratie, maar geeft ook de mogelijkheid van een grotere voeropname. Kuilvoer wordt aanbevolen omdat het beter wordt opgenomen.
  • Krachtvoer met veel energie - Krachtvoer moet veel energie bevatten en moet zorgvuldig worden uitgekozen, gebaseerd op structuur en basisproduct. Vet is goede energie in deze fase van de lactatie. De vetinhoud moet niet meer zijn dan 5 tot 7% van de totale droge stof opname.

Problemen in het begin van de lactatie

Pensverzuring
Pensverzuring ontstaat als een koe teveel graan opgenomen heeft. Te veel zuur hoopt zich op in de pens waardoor er een slechte spijsvertering ontstaat en de koe stopt met eten. Een koe met pensverzuring geeft weinig melk en vermagert.

Pensverzuring kan voorkomen worden door:

  1. Krachtvoer te voeren tijdens de overgangsperiode voor afkalven
  2. Geleidelijk aan de hoeveelheid graan in het rantsoen te vergroten in het begin van de lactatie
  3. Het voeren van graan te corrigeren door kleine porties aan te bieden en ruwvoer te voeren voordat graan gevoerd wordt.

Ketosis (slepende melkziekte)
Slepende melkziekte is een metabolische verstoring die voorkomt bij hoog productieve melkkoeien tussen de 10 dagen en 6 weken na afkalven. De ziekte doet zich voor als de energie die het dier gebruikt voor het produceren van melk groter is dan de energie die het dier binnenkrijgt via het voer. De koe gaat lichaamsvet gebruiken om de verliezen te compenseren en te voldoen aan de behoeften. Giftige bijproducten zijn het resultaat van het vet dat op grote schaal wordt afgebroken.

Terug naar boven

Slepende melkziekte kan voorkomen worden door:

  1. Ervoor te zorgen dat de koeien in de juiste conditie zijn
  2. Een zorgvuldige overgangsperiode
  3. Maximum voeropname na afkalven te stimuleren
  4. Krachtvoer met veel structuur te voeren

Lebmaagverdraaiing
Koeien die niet op de juiste manier zijn gevoerd gedurende de eerste twee maanden van de lactatie kunnen een lebmaagverdraaiing krijgen. De lebmaag is gevuld met gassen en zet uit als een ballon aan de kant van de pens. Een koe die ziek is gedraagt zich als een koe met slepende melkziekte. Dit betekent dat ze weinig voer opneemt en dat ze zich lusteloos gedraagt.

Lebmaagverdraaiingen kunnen worden voorkomen door:

  1. De koe te voorzien van vrije toegang tot lang kuilvoer van een hoge kwaliteit tijdens de overgangsperiode
  2. Geen klein gehakseld kuilvoer te voeren dat kleiner is dan ½ cm.

FASE III – het midden van de lactatie

In de vierde tot de zevende maand na afkalven bevindt de koe zich in het midden van de lactatie. Het risico van deze periode is het overvoeren van de koeien. De energiebehoefte voor melkproductie vermindert en de koe zal meer lichaamsvet ontwikkelen. Het risico voor vette koeien is daardoor direct aanwezig.

Doelen bij het voeren halverwege de lactatie

  • Handhaven van hoge productie met lage voerkosten
  • Ervoor zorgen dat de koeien niet vervetten

Betekent

  • Voeren volgens de productie
  • Verminder krachtvoer geleidelijk
  • TMR met lagere energieconcentratie

FASE IV - einde van de lactatie

Het einde van de lactatie zijn de laatste maanden voor de droogstand. Het belangrijkste tijdens het einde van de lactatie is het bereiken van de lichaamsconditie die de koe moet hebben tijdens afkalven. Om dit te bereiken is te veel of te weinig voeren in relatie tot melkproductie soms nodig.

Terug naar boven

Hoe om te gaan met koeien die te dik zijn:

  • Verminder de hoeveelheid krachtvoer en ander voer
  • Schakel over naar ruwvoer met een lage energiewaarde
  • Zet het dier eerder droog als de melkgift laag is.

Hoe om te gaan met koeien die te dun zijn:

  • Verhoog de hoeveelheid krachtvoer
  • Kijk of het dier parasieten heeft of andere gezondheidsproblemen
  • Zet het dier twee maanden voor afkalven droog.

Koeien droogzetten:

  • Verminder het voer ineens, voer ze alleen stro en water
  • Stop met melken
  • Huisvest ze apart van de melkkoeien als dat mogelijk is
  • Controleer de uier gedurende de eerste week
  • Maak in overleg met uw dierenarts gebruik van droogzetters

At DeLaval we use cookies to make your website experience better. You can change your web browser settings if you do not allow cookies or do not want cookies to be saved. Read more about how DeLaval handles cookies. I have read and accepted the information on how DeLaval handles cookies.