Voedingsstoffen

Voer voor koeien kan verdeeld worden in ruwvoer en krachtvoer. Het verschil tussen deze twee categorieën is niet altijd duidelijk, maar voeders die een hoog percentage vezels bevatten worden vaak “ruwvoer” genoemd.

Ruwvoer

Ruwvoer van een hoge kwaliteit is het voer dat het meest fundamenteel is voor een hoge melkproductie. Vanuit voedingskundig oogpunt gezien kan een koe gevoerd worden met alleen graan en krachtvoer, maar ruwvoer beïnvloedt vele andere functies waaronder herkauwen.

Ruwvoer is om tenminste vier redenen belangrijk bij het voeren van melkkoeien:

  1. Het is een kwaliteitsbron van voedingsstoffen
  2. Het is essentieel voor de pensmicroben
  3. Het is essentieel voor het herkauwen
  4. Het regelt de pH in de pens

Lange vezeldeeltjes (>4 cm) zijn van essentieel belang voor de pensmicroben. De bacteriën hechten zich aan de deeltjes die lang genoeg in de pens moeten blijven zodat de bacteriën zich kunnen vermenigvuldigen. Als de deeltjes korter in de pens zijn dan de generatie interval van de bacteriën, zal de bacteriepopulatie verdwijnen

Het is moeilijk om algemene conclusies te trekken met het oog op de voedingswaarde van ruwvoer. Het hangt af van het type ruwvoer en de staat waarin het geoogst is. Terwijl de totale oogst tijdens het seizoen toeneemt, zal de voedingswaarde (in de vorm van energie en eiwit) juist afnemen (zie afbeelding hieronder*). 

Ontwikkeling van de totale oogst en energie/eiwit inhoud van het gras

Melkgift van luzerne bij verschillende rijpheid

Melkgift wanneer gevoerd wordt met luzernehooi en 20% graan. De kwaliteit van het hooi varieert afhankelijk van de rijpheid

De Amerikaanse onderzoekers (Kawas, et al.) hebben onderzocht hoe de melkgift werd beïnvloed door luzerne te voeren van verschillende groeistadia. In het onderzoek werd 20% graan gevoerd met luzernehooi van verschillende groeistadia. Door jong luzernehooi te voeren die nog niet gebloeid had, in plaats van uitgebloeide luzernehooi, steeg de melkopbrengst met 35% (zie afbeelding hierboven).

Terug naar boven

Bewaren van voer

Hooi
Hooi maken is een drogingsproces waarbij het vochtgehalte van het gewas wordt teruggebracht tot onder de 15%. Van rijpe gewassen is makkelijker hooi te maken dan van niet rijpe gewassen en de verliezen zijn lager, maar ze hebben ook minder voedingswaarde. Hooi maken is een erg weersgevoelig proces. Sommige agrariërs gebruiken ventilatoren om het gewas te drogen, zodat ze het gewas met een hoger vochtgehalte van het land kunnen halen (ongeveer 40%). Dit vermindert de verliezen op het land en maakt het proces minder weersgevoelig. In veel landen is de productie van hooi vervangen door het gras in te kuilen.

Kuilvoer
Inkuilen is een fermentatieproces waarbij micro-organismen de beschikbare suikers omzetten in melkzuur. Sinds de begin jaren ’50 is in de meeste ontwikkelde landen de totale hoeveelheid ingekuilde gewassen gestegen.

Inkuilen

De voordelen van het oogsten van gewassen voor kuilvoer in plaats van hooi zijn: 

  • Minder afhankelijk van de weersomstandigheden
  • Meer voedingsstoffen blijven bewaard, dit heeft vooral te maken met verminderde voerverliezen
  • Verbeterde mechanisatie bij oogsten, opslag en voeren
  • Een groter aanbod van gewassen die geoogst kunnen worden voor kuilvoer
  • Kuilvoer is beter geschikt in een gemengd rantsoen (TMR).

Een succesvol kuilvoerprogramma wordt verkregen door rekening te houden met verschillende factoren, van agronomisch management tot oogst, opslag en voerstrategie.

Terug naar boven

Eerste prioriteit, stop verse luchttoevoer
Als vers gemaaid gras aan een kuil gereden wordt, stijgt de temperatuur. Dit komt door de warmte die geproduceerd wordt door chemische reacties in het gewas. Als dit verwarmingsproces eenmaal op gang is kan de temperatuur snel oplopen. Hoofdzakelijk omdat de warme lucht die geproduceerd wordt door deze reacties uit de kuil stijgt, waardoor frisse lucht de kuil ingetrokken wordt (vergelijkbaar met de wind die een klein vuurtje aanwakkert). Resultaat hiervan is dat de suikers in het gewas snel opgebrand zijn. Daarom is de eerste vereiste bij inkuilen, het stoppen van de oxidatie van suikers. Dit door te verkomen dat verse lucht in het ingekuilde gras kan komen. Dit wordt bereikt door het gras stevig aan te rijden met een zware tractor of shovel. Hierna moet het oppervlak van de kuil worden afgedekt met landbouwplastic om te voorkomen dat er lucht bij het kuilvoer kan komen. Warme lucht kan dan niet meer ontsnappen en verse lucht kan er niet meer in komen.

Tweede vereiste, stop chemische en microbiële activiteit
Ook al is de toevoer van verse lucht gestopt, het gras aan de kuil is nog totaal onstabiel door de andere chemische reacties die voortgaan. Eiwit in het gewas begint bijvoorbeeld af te breken en produceert aminozuren en ammoniak. Maar nog belangrijker is het dat bacteriën en schimmels die van nature aanwezig zijn op het gewas als het gemaaid is, zich snel kunnen vermenigvuldigen en het gewas kunnen afbreken tot een rottende en stinkende massa. Het chemische afbraakproces en de ongewenste microbiële activiteiten moeten daarom zo snel mogelijk worden gestopt. Dit kan bereikt worden door het gewas te steriliseren of door de pH te verlagen door zuur toe te voegen.

pH-daling
Ongewenste schimmels en bacteriën die aanwezig zijn in het gemaaide gewas zijn gevoelig voor zuur en worden inactief bij lage pH-waarden. Onder gecontroleerde omstandigheden ondergaan de meeste groene gewassen een natuurlijk gistingsproces. Daarbij gebruiken de lactobacillen, een groep micro-organismen, de beschikbare suikers om melkzuur te vormen.

De eerste vermindering van de pH-waarden van normaal 6.8 tot 5.0, wat nodig is voor enige controle over de ongewenste micro-organismen, vereist geen hoge productie van melkzuur. Maar de lactobacillen zullen alleen melkzuur produceren als het gewas anaëroob is, vandaar het grote belang om ervoor te zorgen dat er geen verse lucht in de kuil komt. Melkzuurgisting begint veel sneller bij gehakselde gewassen dan bij lange gewassen.

Terug naar boven

Zelfs bij een aangereden en afgedekte kuil, waarbij een anaërobe situatie en pH-daling is bereikt, is het nodig om de pH-waarde nog meer te laten dalen. Deze daling, vaak tot onder pH 4.0, is nodig om de eiwitafbraak en de activiteiten van ongewenste micro-organismen helemaal te stoppen om zo veilige en langetermijn opslag te garanderen. Maar ook de snelheid waarin de pH-waarde gaat zakken wordt minder, omdat er minder suiker beschikbaar is voor gisting en meer zuur nodig is om elke pH 0.1 extra in waarde te laten dalen. pH wordt uitgedrukt op een logaritmische schaal, dus er is tien keer meer zuur nodig om de pH-waarde te laten dalen van 5.8 naar 4.8 dan van 6.8 naar 5.8. Dit toont aan dat het erg belangrijk is dat er voldoende suiker in het gras aanwezig is om de vereiste hoeveelheid zuur te produceren.

 

De pH-daling in onbehandeld kuilvoer en kuilvoer behandeld met inculanten

Additieven
Verschillende additieven kunnen gebruikt worden om het inkuilproces te verbeteren. De meest gebruikelijke zijn bacteriële inculanten met enzymen, organische zuren en suikers.

Bacteriële inoculanten versterken het natuurlijke gistingsproces.

Gisting wordt op gang gebracht door bacteriën, in het bijzonder de lactobacillen die van nature aanwezig zijn in het gewas. Maar sommige gewassen geven niet voldoende bacteriën, of de juiste bacteriën, om het gistingsproces op gang te brengen. Al vele jaren wordt de mogelijkheid onderzocht om extra bacteriën toe te voegen aan het gewas.

Bacteriële inculanten met enzymen

Tot voor kort had deze methode weinig succes, omdat er niet voldoende bekend was over de beste typen bacteriën hiervoor. Nieuw onderzoek heeft actieve strengen van verschillende bacteriën geïsoleerd, en sindsdien is er veel interesse in de ontwikkeling van bacteriële inoculanten.

Terug naar boven

Om effectief te kunnen zijn, hebben bacteriële inoculanten nog steeds fermenteerbare suikers uit het gewas nodig. Zodoende is er interesse in het gebruik van specifieke enzymen die sommige complexe suikers uit het gewas kunnen afbreken tot eenvoudige suikers, die op hun beurt weer kunnen worden gefermenteerd door de bacteriën. De meeste producten die tegenwoordig worden gebruikt bevatten inoculanten en enzymen.

Een praktisch voordeel van het gebruik van bacteriële inoculanten is de betrouwbaarheid. In tegenstelling tot zuren zijn ze onschadelijk, zowel voor de mens die ze gebruikt, als voor de machines. Onderzoek heeft ook uitgewezen dat er meer vrijwillige kuilvoeropname is en minder droge stof verlies in vergelijking met kuilvoer dat gemaakt wordt zonder het toevoegen van additieven.

Zuren
Als ze gelijkmatig door het gewas gebruikt worden, veroorzaken zuren een directe daling van de pH waarde en een totale beëindiging van chemische en microbiële activiteiten. Melkzuur moet echter nog steeds worden geproduceerd in het gewas om een stabiele en langdurige opslag te garanderen. Het meest gebruikte zuur is mierezuur, maar ook propionzuur wordt gebruikt omdat het oppervlakbeschimmeling zou verminderen als de kuil open is.

Het grootste nadeel met zuren is dat degene die het aanbrengt, moet omgaan met grote hoeveelheden gevaarlijke vloeistoffen. Ze zijn ook corrosief op machines die worden gebruikt en kuilsappen moeten opgevangen worden en worden verspreid over het land.

Suiker
De meest voorkomende reden voor slecht geconserveerd kuilvoer is dat het gewas te weinig in water oplosbare koolhydraten bevat (suikers) die nodig zijn voor het produceren van de vereiste hoeveelheden melkzuur. Het idee achter het toevoegen van suiker aan het gewas, meestal melasse, is ter versterking van de natuurlijke suikerinhoud. Het benodigde volume ligt meestal tussen de 5 en 15 liter per ton vers gewas, wat meer is dan met de meeste alternatieve additieven. Om te zorgen dat het oogsten niet vertraagt, vereist dit een behoorlijke organisatie.

Het is niet noodzakelijk om een additief te gebruiken voor het verkrijgen van goed kuilvoer. Maar een additief kan het risico op problemen verminderen. Vooral als het kuilvoer wordt gemaakt van probleemgewassen die bijvoorbeeld erg nat zijn of niet rijp of gewassen die laat in het seizoen zijn geoogst of weinig suiker bevatten. Veel additieven kunnen ook de voedingswaarde van het kuilvoer verbeteren, zowel door de hoeveelheid kuilvoer die het vee kan eten te verhogen als door het veranderen van de chemische samenstelling in vergelijking met kuilvoer dat zonder additieven is gemaakt.

Oogsten
De meeste jaarlijkse en overjarige gewassen kunnen worden gebruikt voor het maken van kuilvoer. Het tijdstip van oogsten is van groot belang voor de voederwaarde van het kuilvoer. Er moet geoogst worden bij de optimale combinatie van opbrengst en groeistadium.

Terug naar boven

Het oogsten van het gewas op het verkeerde moment gebeurt overal en de verleiding om een paar dagen te wachten voor een beetje meer volume, kan de kwaliteit van het gewas behoorlijk verminderen.

Natte gewassen zijn moeilijk te bewaren. Hoge vochtigheidsgehaltes beteken dat er meer zuur moet worden geproduceerd om het kuilvoer te bewaren. Het laten verwelken van een gewas heeft veel voordelen: het verminderen van het gewicht van het gewas dat van het land gehaald en in de silo geplaatst moet worden, grote verbetering van het inkuilproces en de voederwaarde van het kuilvoer, en verminderen van afvalwater vanuit de silo. Gras zou, indien mogelijk, gehakseld moeten worden, omdat dit de celwand van het gewas stuk maakt zodat de suikers beter beschikbaar worden voor de fermentatie/gisting door de lactobacillen. Hakselen zorgt er ook voor dat het aandrukken/verstevigen van de kuil eenvoudiger is. Tijdens elke fase van oogsten en inladen in de silo, moet elk risico op vervuiling van het gewas voorkomen worden.

Opslagsysteem
De kuilopslagplaats moet zo schoon mogelijk zijn om te voorkomen dat het gras vuil wordt. Voordat het seizoen begint moet de kuilopslagplaats schoongemaakt worden met een hogedrukreiniger. De levensduur van de silo kan verlengd worden door de muren te beschermen met plastic. Dit vergemakkelijkt eveneens het schoonmaken.

Over het algemeen worden vier typen opslagsystemen gebruikt voor de opslag van kuilvoer:

  • Sleufsilo – grote capaciteit. Kan worden gevuld en leeggemaakt met gewone machines
  • Torensilo – meer mechanisatie nodig tijdens vullen en leegmaken en geen overcapaciteit mogelijk
  • Ronde balen – lagere investering, erg flexibel
  • Rijkuil – lage kosten alternatief, maar veel drogestof verlies tijdens opslag

Voeren
Het inlaten van lucht kan kwaliteitsverlies en schimmel veroorzaken. Het blootstellen van het kuilvoer moet tot het minimum worden beperkt en de kuil moet steeds snel worden afgedekt met plastic. Als richtlijn wordt gehanteerd dat de voersnelheid 10 cm per dag moet zijn bij koud weer en 30 cm bij warm weer. Verstoring van het oppervlak moet worden beperkt door het gebruik van een blokkensnijder of vrees.

Samenvatting

  • Het maken van kuilvoer is een gistingsproces waarbij micro-organismen suiker fermenteren tot melkzuur.
  • Het gras moet gemaaid worden bij de optimale combinatie van opbrengst en groei.
  • Het laten verwelken, verbetert het fermentatieproces.
  • De beschikbare hoeveelheid suiker is cruciaal voor de productie van de vereiste hoeveelheid zuur.
  • Afhankelijk van het type opslagsysteem is het van belang dat er anaërobe condities worden bereikt.
  • Additieven kunnen het fermentatieproces versterken en het risico op slecht kuilvoer verminderen. Ze kunnen ook de voedingswaarde van het voer verbeteren.

De voedingswaarde van het gewas hangt van veel dingen af zoals van de rijpheid, daglengte, klimaat, temperatuur, grond, bemesting, grootte, weersomstandigheden en van de manier waarop de gewassen worden ingekuild. Veel melkkoeien krijgen jaarlijkse gewassen gevoerd zoals: ingekuilde maïs, gierst, graangewassen en raaigrassen. Andere gewassen zoals geplet graan, bierbostel, zonnebloemen en raap zijn ook van belang in bepaalde delen van de wereld.

Terug naar boven

Grasland

Grasland wordt op verschillende manieren gebruikt over de hele wereld. Sommige veehouders gebruiken het beweiden als eerste voedingsbron, anderen laten de dieren alleen weiden voor de beweging. Om het meeste uit het gras te halen, laat men de koeien vaak in een bepaald seizoen afkalven zodat de koeien de piek in de productie bereiken wanneer er het meeste gras groeit. Tijdens de groei in het voorjaar kunnen sommige grassen worden bewaard als hooi of kuilvoer, zodat ze gevoerd kunnen worden tijdens de seizoenen dat er weinig gras groeit.

Melk van gras

Melk dat geproduceerd wordt van het grazen zonder dat de dieren bijgevoerd worden, wordt vaak geassocieerd met het veehouden in Nieuw-Zeeland, maar deze methode is ook gebruikelijk in andere landen. Het is een manier van melkproductie die gezien wordt als een systeem met lage investeringen. Productie per hectare is belangrijker dan productie per koe. Het productieniveau kan variëren tussen de 2.000 en 5.500 kg per lactatie.

Melk van gras en krachtvoer

Tijdens het weideseizoen worden de koeien bijgevoerd met krachtvoer, meestal in de melkstal of aangebonden stal. Afhankelijk van de apparatuur kan dit een vaste hoeveelheid krachtvoer zijn (flat feeding) of op basis van melkgift. Het productieniveau varieert tussen de 3.500 en 7.500 kg per lactatie. Als geïrrigeerd gras in optimale vorm beweid wordt, kan de melkproductie zelf hoger oplopen.

Melk van gras, ruwvoer en krachtvoer

Aangezien de genetische mogelijkheden van de koeien verbetert, voldoet een rantsoen met alleen gras niet aan de voedingsbehoefte van een koe. Veel veehouders voeren dan ook ruwvoer bij, als buffer om in de behoefte te voorzien. Dit kan gedaan worden door het “buffervoer” samen met het gras te voeren of door de koeien ’s nachts op stal te houden (of overdag). Het “buffervoer” kan gemengd zijn (TMR) of ruwvoer en krachtvoer kunnen apart worden gevoerd.

“Buffervoer” is ook een goede indicatie van het grasmanagement op een bedrijf is. Als er een tekort aan gras is, zullen de koeien meer “buffervoer” eten. Het systeem van “buffervoeren” is minder gevoelig voor droogte of extreem natte of koude weersomstandigheden. Het productieniveau varieert van 5.000 kg tot ongeveer 14.000 kg per lactatie.

Terug naar boven

Beweidingsmethodes

Er kunnen drie manieren van beweiden worden onderscheiden:

  1. Standweiden onbeperkt; hierbij blijft een koppel of groep koeien voor een langere periode op een weide
  2. Omweiden beperkt; hierbij is er een verdeling in de weide en de koeien worden verplaatst van de ene naar de nadere weide
  3. Fasebeweiding beperkt; hierbij krijgen de koeien een portie gras achter een elektrische afrastering die gemakkelijk naar een nieuwe positie verplaatst kan worden. Dit gebeurt meestal minstens één keer per dag.

Een gecontroleerde manier van beweiden geeft de veehouder betere mogelijkheden om de voerverstrekking aan de koe te managen. De snelheid waarop het gras groeit varieert tussen de seizoenen en als er op een weide teveel gras is, kan dit gebruikt worden voor het maken van hooi of kuilvoer.

Verse gewassen

Vers gemaaide gewassen worden als alternatief gebruikt voor beweiding. Het gewas wordt gemaaid en direct aan de koe gevoerd. Geschikte gewassen hiervoor zijn: maïs, gras, graan (hele plant) en vlinderbloemigen. Het voeren van verse gewassen heeft voor- en nadelen.

Voordelen:

  • Betere controle op de voeropname van de dieren
  • Minder voer nodig omdat de dieren minder actief zijn

Nadelen:

  • Het gewas moet elke dag worden gemaaid
  • Akkers/weiden kunnen worden beschadigd bij nat weer

Krachtvoeders

Krachtvoeders zijn aangekochte samengestelde voeders, enkelvoudige voeders en granen. Veel bijproducten worden ook wel krachtvoeders genoemd, maar het heeft de voorkeur om de krachtvoeders te verdelen in niet-cellulose houdende en weinig-cellulose houdende koolhydraten. Bijproducten met veel vezels, zoals suikerbietenpulp en bierbostel hebben niet hetzelfde effect in de pens als krachtvoeders. Daarom moeten ze ook geen krachtvoer worden genoemd. Het is belangrijk om te onthouden dat wortels en aardappelen dezelfde eigenschappen hebben als zetmeelrijke voeders. Ze fermenteren snel in de pens.

Terug naar boven

Over het algemeen moet krachtvoeropname niet boven de 65% van de totale droge stof opname uitkomen. Als een koe niet genoeg vezels binnen krijgt, kan het verteringssysteem verstoord raken.

Graangewassen

Voorbeelden van graan zijn koren, gerst, haver, tarwe, triticale en rogge. De eigenschappen van graan zijn:

  • Hoge energiewaarde, voornamelijk zetmeel
  • Relatief laag eiwitgehalte
  • Over het algemeen een laag gehalte aan vet

Er zijn behoorlijk wat significante verschillen in voederwaarde bij de verschillende graansoorten. Maïs heeft minder eiwit en vezels, maar meer energie dan andere graansoorten. Tarwe en gerst hebben een hogere energiewaarde dan haver. Haver heeft meer vezels, wat de vertering vertraagd en het heeft ook een hoog vetgehalte. Alle granen zijn smakelijk, behalve rogge. Door die slechte smakelijkheid, zou rogge niet meer dan 20% van de droge stof in het rantsoen moeten zijn. Grote hoeveelheden tarwe en triticale kunnen de smakelijkheid eveneens negatief beïnvloeden.

Veldbonen en erwten

Veldbonen, lupinen en erwten zijn goede voeders voor herkauwers, omdat ze veel energie en eiwit bevatten. Vlinderbloemigen bevatten veel snel verteerbare eiwitten en moeten daarom uitgebalanceerd worden met andere voeders.

Bijproducten van graan

De bijproducten van graan bevatten meestal weinig zetmeel, maar wel de meeste eiwit- en vezelfracties van het originele graan. De energiewaarde hangt af van de verwerkingsmethode. Producten als tarwevoeders, tarwezemelen, havervoeders, maïsglutenvoeders, maïsglutenmeel, en maïsgluten zaadmeel worden over de hele wereld gebruikt om herkauwers te voeren.

Oliezaden en oliezaad residuen

Veel krachtvoeders worden geproduceerd van oliezaden zoals sojabonen, katoenzaden, grondnoten, zonnebloemzaden en raapzaden. Van deze producten is de sojaboon de meest gebruikelijke. Palmpitten, kokosnoot, lijnzaad, sesamzaad en saffloer worden ook wel gebruikt, maar zijn minder interessant in deze context. De olie wordt meestal uit de zaden geperst of het wordt door middel van extractie van de zaden gescheiden. De residuen bevatten het eiwit en de koolhydraatfracties.

Bijproducten van de suikerindustrie

Melasse en suikerbietenpulp zijn uitstekende voeders voor herkauwers. Bietenpulp is het residu dat overblijft als de suiker uit de suikerbieten is gehaald. Bietenpulp heeft een hoog gehalte aan verteerbare vezels, wat langzaam verteert in de pens. Ergo bietenpulp heeft niet dezelfde eigenschappen als een krachtvoeder. Melasse is snel verteerbaar in de pens en het is eveneens smakelijk. Maar melasse heeft een hoog gehalte aan kalium, wat soms problemen kan veroorzaken.

Terug naar boven

Bijproducten van brouwen en distilleren

Bierbostel wordt over de hele wereld gebruikt als bijproduct. Het heeft een laag zetmeelgehalte en het bevat veel eiwit. Gelijksoortige producten zijn maïs, tarwe of mout van destilleerderijen.

Eiwitbalans

Om een goed uitgebalanceerd rantsoen samen te stellen, is het van belang de voeders op zo’n manier te mengen dat de verhouding verteerbaar en onverteerbaar eiwit optimaal is voor de koe; (van ruw eiwit) 60.78% verteerbaar eiwit en 22.40% onverteerbaar eiwit, afhankelijk van het productieniveau.

Voeders met een hoge waarde aan verteerbare eiwitten:

  • Ureum (een niet-eiwit stikstof)
  • Kuilvoer van vlinderbloemigen
  • Kuilvoer van gras
  • Lupinen

Voeders met een hoge waarde aan onverteerbare eiwitten:

  • Vlees- en bottenmeel
  • Vismeel
  • Maïsglutenmeel
  • Sojabonenmeel (met warmte behandeld)

Krachtvoer kopen

Een veehouder kan krachtvoer kopen als enkelvoudige, als mengsel of als brokken. Waar de veehouder voor kiest, ligt aan de bedrijfssituatie en het type voersysteem dat gebruikt wordt. Gefabriceerde krachtvoeders kunnen van veel verschillende grondstoffen worden gemaakt om in de verschillende behoeften te kunnen voorzien.

Terug naar boven

At DeLaval we use cookies to make your website experience better. You can change your web browser settings if you do not allow cookies or do not want cookies to be saved. Read more about how DeLaval handles cookies. I have read and accepted the information on how DeLaval handles cookies.