Voeding

Energievoorziening

Energie wordt gemeten in Mega Joules (MJ) of Mega Calorieën (Mcal). In het SI systeem zouden Joules gebruikt moeten worden, hoewel calorieën ook wel voorkomen. De factoren hieronder kunnen worden gebruikt om de ene waarde om te rekenen in de andere waarde:

1 Mcal = 4,18 MJ
1 Kcal = 4,18 KJ

Slechts 20% van de totale energieopname van een koe wordt gebruikt voor melkproductie. De koe gebruikt de resterende 80% voor levensonderhoud en verliezen door warmte, gassen, voer en urine. Hoe hoger de melkgift, des te groter het percentage totale energieopname dat wordt gebruikt voor de melkproductie.

De twee belangrijkste energiebronnen van een koe zijn koolhydraten en vetten.

De energieconcepten van verteerbare energie (DE), metaboliseerbare energie (ME) en netto energie (NE) worden gebruikt om de behoefte van het dier aan te duiden en om rantsoenen te maken. Netto energie wordt het meest gebruikt.

Het benutten van opgenomen energie door een koe

Koolhydraten

Koolhydraten zijn de belangrijkste energiebron van een koe. Ze zijn noodzakelijk voor levensonderhoud, lichaamsvet en melkproductie. Verschillende soorten koolhydraten worden getransformeerd in verschillende vluchtige vetzuren die als energie geabsorbeerd worden in de pens.

Terug naar boven

Koolhydraten kunnen in veel vormen voorkomen, bijvoorbeeld als suiker, zetmeel of vezel.

Suiker

Suiker wordt snel verteerd in de pens. Veel voedingsstoffen die grote hoeveelheden suiker bevatten, zoals melasse, zijn smakelijk en kunnen de voeropname van de koe verhogen. Suiker behoort tot de niet-vezel koolhydraten (NFC) (zie plaatje hieronder).

Zetmeel

Zetmeel is een type koolhydraat dat snel kan worden verteerd, en behoort tot de niet-vezel koolhydraten. Alle graan- en maïssoorten bevatten een hoog percentage zetmeel. In de maïsplant wordt zetmeel opgeslagen in de maïskorrel. 

 

Zetmeel is een koolhydraat die redelijk snel kan worden verteerd. Het behoort tot de niet-vezel koolhydraten

Vezels

Vezels zijn koolhydraten met een celwand die bestaan uit vier onderdelen: pectine, hemicellulose, cellulose en lignine (zie plaatje hieronder). Pectine wordt snel gefermenteerd en heeft een verteerbaarheid die gelijk is aan suiker.

Hemicellulose en cellulose zijn beschikbaar in de celwanden (zie plaatje hieronder). Ze bevatten lignine, dit is vast en bindt zich aan cellulose en hemicellulose. Hierdoor zijn cellulose en hemicellulose minder goed.

 

Vezels zijn koolhydraten met een celwand die bestaan uit vier fracties

De fermentatiesnelheid van koolhydraten

Neutral detergent fibre (NDF)

Zoals de afbeelding laat zien bevat NDF cellulose, hemicellulose en lignine. Bij praktisch voeren, is de NDF waarde sterk gerelateerd aan de droge stof opname. Wanneer het grootste gedeelte van de NDF in het rantsoen van onrijpe gewassen en bijproducten wordt de relatie tot de droge stof opname minder relevant.

Terug naar boven

Acid detergent fibre (ADF)

De ADF fractie bevat cellulose en lignine. De lignine is een maatstaf voor de verteerbaarheid van het voedingsmiddel. Stro heeft een hoge ADF waarde. 

*Lignine is geen koolhydraat, maar is sterk verwant
Beschrijving van koolhydraten en hun elementen

Koolhydraten worden gefermenteerd in de pens en getransformeerd tot verschillende vluchtige vetzuren (VFA). VFA worden geabsorbeerd door de penswand en dienen als belangrijkste energiebron voor de koe. Het kader laat de verhoudingen van de verschillende zuren zien als de koe een normaal rantsoen krijgt.

Terug naar boven

Koolhydraten:

  • Azijnzuur, 60-70%
  • Propionzuur, 15-20%
  • Boterzuur, 10-15% 

Azijnzuur is noodzakelijk voor de productie van melkvet. Daarom moet voldoende azijnzuur worden geproduceerd in de pens. De belangrijkste bron voor de fermentatie van azijnzuur is verteerbare vezel wat in vroeg geoogst kuilvoer of hooi zit.

Een ander belangrijk zuur is propionzuur. Propionzuur beïnvloedt de totale melkgift en het eiwitgehalte. Omdat propionzuur nodig is voor het “vet worden”, is het belangrijk bij het voeren van vleeskalveren. De productie van propionzuur wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld zetmeel in graan.

Boterzuur is belangrijk voor melkvetproductie. De productie van boterzuur verhoogt als suikerbieten en gerst worden gevoerd aan de koe.

Vet

Vet bevat twee keer zoveel energie als koolhydraten. De vetzuren worden getransporteerd door de pens en geabsorbeerd in de dunne darm. Vet kan worden gebruikt om de energiedichtheid van het rantsoen te verhogen. Als grote hoeveelheden vet worden gevoerd aan herkauwers, is het belangrijk om beschermd vet te gebruiken, zodat de fermentatie in de pens niet van streek raakt.

Eiwitvoorziening

Wat is eiwit?

Eiwitten bestaan uit aminozuren. De belangrijkste aminozuren zijn de noodzakelijke aminozuren lysine, methionine en trytophaan. Een tekort aan aminozuren kan een beperkende factor zijn bij de melkproductie.

Terug naar boven

De functies van eiwit:

  • opbouwen en herstellen van weefsel
  • groei
  • voortplanting
  • melkproductie

Eiwitvoorziening

De eiwitwaarde van voer wordt berekend door het stikstofgehalte van het voer te vermenigvuldigen met 6.25, gebaseerd op de veronderstelling dat de meeste eiwitten ongeveer 16% stikstof bevatten. 

Eiwitvoorziening

De uitkomst is de ruwe eiwitwaarde van het voer. Ruw eiwit is een combinatie van echte eiwitten en niet-eiwit stikstof (NPN).

De koe heeft twee typen eiwitbronnen: microbiële eiwitten en onafbreekbare eiwitten.

Terug naar boven

Eiwitten geproduceerd in de pens – microbiële eiwitten

Het grootste gedeelte van de eiwitten die een koe verteert en absorbeert wordt in de pens geproduceerd door pensmicroben. Wanneer de koe een hoger productieniveau bereikt, heeft ze extra eiwitten nodig. De eiwitten verplaatsen zich door de pens en worden direct opgenomen in de dunne darm (onafbreekbare eiwitten).

Om eiwit te produceren gebruiken micro-organismen ammoniak en koolhydraten als ruwe materialen. Ammoniak komt van twee verschillende bronnen;

  1. Niet-eiwit stikstof, het wordt bijna direct getransformeerd tot ammoniak in de pens. Ureum is een typisch niet-eiwit stikstof.
  2. Afbreekbaar eiwit, een natuurlijk eiwit dat stikstof bevat. Om toegang te krijgen tot de stikstof beginnen de micro-organismen met de afbraak van de voedingsstof. Ammoniak is een bijproduct van dit proces. Voorbeelden van makkelijk afbreekbare eiwitbronnen zijn gras en peulvruchtzaden.

De micro-organismen groeien en vermenigvuldigen zich door de ammoniak en de koolhydraten en als ze dood gaan worden ze een eiwitbron voor de koe. De microbiële eiwitten trekken door het spijsverteringskanaal en zijn beschikbaar voor absorptie in de dunne darm.

Onafbreekbare eiwitten

Onafbreekbaar eiwit is ook een natuurlijk eiwit uit het voer. Het eiwit dat aan de afbraak in de pens ontsnapt wordt onafbreekbaar of “by-pass” eiwit genoemd. Het trekt door de pens en wordt geabsorbeerd in de dunne darm.

Andere voedingsstoffen

Een koe heeft ook andere voedingsstoffen nodig zoals vitaminen en mineralen. Zelf als alle andere voedingsbehoeften worden vervuld, maar er een gebrek is aan vitaminen en mineralen, zal dit de melkproductie belemmeren.

Mineralen

Mineralen zijn nodig voor veel van de voornaamste lichaamsfuncties van een koe, zoals waterbalans en melkproductie. Mineralen kunnen opgesplitst worden in macromineralen en spore-elementen. Macromineralen zijn in grotere aantallen nodig dan spore-elementen.

Terug naar boven

Macromineralen

Opmerkingen en functies

Calcium (Ca) Dieren hebben calcium nodig voor bot- en tandopbouw en voor de overdracht van zenuwimpulsen. Een koe met een hoge melkgift heeft ongeveer 0,6 -1,0% aan calcium nodig van de totale droge stof in haar rantsoen. Botten dienen als calciumreservebron voor het uitwisselen met zacht weefsel.
Fosfor (P) De hoge prijs van fosfor kan een tekort aan dit mineraal als gevolg hebben. Verminderde melkproductie is een resultaat van onvoldoende fosfor.
Magnesium (Mg) Een tekort aan magnesium wordt pas opgemerkt als kopziekte zich voordoet. Buitensporige hoeveelheden kalium kunnen resulteren in een tekort aan magnesium.
Kalium (K) Kalium is nodig in grote hoeveelheden. Het is noodzakelijk voor de waterbalans van de koe, voor haar zenuwstelsel en voor de melkproductie. Let wel dat extreme hoeveelheden kalium, het nut van magnesium tenietdoen. Als de kaliuminhoud van een rantsoen boven de 2% komt, heeft het magnesiumgehalte extra aandacht nodig. Anders kan er kopziekte ontstaan.
Natrium (Na) Natrium heeft als functie het in stand houden van de pH balans en de balans in het lichaamsvocht en het functioneert als osmotische drukregelaar. Als koeien een rantsoen krijgen met te weinig natrium, gaan ze aan verschillende voorwerpen likken en kauwen.
Zwavel (S) Zwavel is een essentieel component van eiwit.
Spore-elementen - IJzer
- Koper
- Zink
- Mangaan
- Kobalt
- Jodium
- Molybdeen
- Selenium

Vitaminen

Vitaminen zijn organische combinaties die vitale functies vervullen. Er zijn twee typen vitaminen: in water oplosbare vitaminen en in vet oplosbare vitaminen. Een koe kan wateroplosbare vitaminen produceren met behulp van micro-organismen.

De in vet oplosbare vitaminen worden opgeslagen in het vet en worden gebruikt als ze nodig zijn. Bij een hoge productie en beperkte vitaminen in het rantsoen, moeten vitaminen worden bijgevoerd. Verse voedingsstoffen bevatten meer vitaminen dan opgeslagen voedingsstoffen. Sommige vitaminen in het voer worden vernietigd bij de opslag. Het noodzakelijke gebruik van opgeslagen voedingsstoffen vereist daarom de verstrekking van extra vitaminen.

Een hoog productieve koe heeft meer vitaminen nodig vanwege de stress die de hoge productie met zich meebrengt. Belangrijke in vet oplosbare vitaminen zijn: A,D,E en K. In water oplosbare vitaminen zijn B-vitaminen.

Water

Een hoog productieve melkkoe kan meer dan 130 liter water per dag nodig hebben en vrije toegang tot schoon water is essentieel voor de melkproductie. Water is niet alleen nodig voor de vitale lichaamsfuncties als regulatie van de lichaamstemperatuur, vertering, metabolisme en uitscheiding, het beïnvloedt ook de totale melkproductie. Wetenschappelijke onderzoeken hebben uitgewezen dat een beperking van 40% van de normale wateropname van een koe, kan resulteren in 25% minder melkopbrengst. (Allen et al., 1976).

Waterbehoefte van een melkkoe

  • Water van hoge kwaliteit – koeien zijn gevoeliger voor water van een slechte kwaliteit dan mensen
  • Vrije toegang – een hoog productieve koe drinkt tot wel 130 liter per dag. Bij het voeren kan de waterbehoefte oplopen tot 20 liter per minuut. Dit stelt eisen aan de mogelijkheden van het watersysteem en aan het aantal drinkplekken
  • Temperatuur – de optimale watertemperatuur is 17°C (Andersson, 1984). Erg lage watertemperaturen zullen een vermindering van de melkgift tot gevolg hebben. Hoge temperaturen beïnvloeden de melkproductie ook negatief, maar minder erg
  • Grote drinkoppervlakken – een koe drinkt van nature uit een groot, kalm oppervlak, zoals een poel.

Terug naar boven

Drinkbakken en -troggen

Er zijn in grote lijnen twee manieren om koeien van drinkwater te voorzien; in drinkbakken of in drinktroggen. Drinkbakken worden het meeste gebruik in grupstallen. Het grootste voordeel van deze bakken is dat ze gemakkelijk schoon te houden zijn en dat ze weinig ruimte innemen. Troggen komen vaker voor in loopstallen. Ze hebben een grotere capaciteit en een groter drinkoppervlak. Ze zijn wel lastiger schoon te maken. De oplossing daarvoor is het gebruik van een kantelbak. Kantelbakken zijn snel en gemakkelijk schoon te houden.

At DeLaval we use cookies to make your website experience better. You can change your web browser settings if you do not allow cookies or do not want cookies to be saved. Read more about how DeLaval handles cookies. I have read and accepted the information on how DeLaval handles cookies.