Circulatiereiniging

In principe worden er verschillende methodes gebruikt tijdens het reinigen van melkinstallaties. De meest gebruikte manier is circulatiereiniging. Met deze methode wordt de reiniging uitgevoerd in drie stappen, waarvan er tenminste één de circulatie van reinigingsvloeistof betreft.

De verschillende fases tijdens het reinigen

De verschillende fases van het reinigen

Wanneer er een gecombineerd reinigingsmiddel gebruikt wordt, d.w.z. zowel reinigingsmiddel als desinfectiemiddel, wordt het reinigen in de meeste gevallen in de volgende drie fases uitgevoerd:

  1. Voorspoelen, meestal met lauw water, om de meeste melkresten na het melken te verwijderen.
  2. Een circulatiereiniging met een reinigingsmiddel. De watertemperatuur is in het begin meestal rond de 70° tot 90°C (160° tot 190°F) en aan het eind afgenomen tot ongeveer 40° tot 50°C (105° tot 120°F). De eindtemperatuur mag nooit lager zijn dan 40°C, omdat dit stolling van melkvet kan veroorzaken.
  3. Naspoelen, meestal met koud water, om de resten van het reinigingsmiddel te verwijderen.

Terug naar boven

Handmatig en automatisch reinigen

De manieren waarop systemen gereinigd worden variëren. Globaal gezien gebeurt het reinigen meestal handmatig. Maar toch worden automatisch gecontroleerde reinigingssystemen ook veel gebruikt.

De basismanier van reinigen is nog steeds gebruikelijk op kleinere melkveehouderijbedrijven waar men nog met behulp van emmers melkt. In die situatie wordt de melkemmer handmatig schoongemaakt met behulp van heet water, een borstel en wat reinigingsmiddel. Deze methode omvat de belangrijkste factoren die nodig zijn voor het reinigen en geven een goed schoonmaakresultaat.

In een handmatig (of semi-automatisch) gecontroleerd reinigingssysteem moet de veehouder:

  • de hoeveelheid heet en koud water regelen
  • de aanzuig- en retourleiding controleren
  • reinigingsmiddel toevoegen
  • de tijd van de reinigingscirculatie regelen

In een automatisch gecontroleerd systeem worden deze maatregelen geheel of gedeeltelijk gecontroleerd door de reinigingsautomaat. Geavanceerde systemen houden ook toezicht op het reinigingsproces en signaleren met behulp van een alarm of er iets misgaat tijdens de reiniging. Maar toch moeten sommige handelingen nog steeds met de hand gedaan worden, zoals het reinigen van de melkstellen, de melkstellen aansluiten op de jetters en de automaat instellen voor het reinigen en het melken.

Terug naar boven

Manieren om de waterstroom te beheersen

Meestal worden er twee verschillende manieren gebruikt om de waterstroom tijdens het reinigen op gang te brengen. In het eerste deel van de installatie (de melkstellen, de melkleiding en de melk-/luchtafscheider) wordt de vacuümpomp gebruikt om de stroom op gang te brengen. In het tweede gedeelte, de persleiding, wordt de melkpomp gebruikt om het water terug te pompen in een spoelbak. In de volgende gedeeltes wordt omschreven hoe de waterstroom gereguleerd wordt tijdens het reinigen van deze delen van de melkinstallatie.

De stroming in de melkleiding

De stroming in de melkleiding begint meestal doordat water vanuit de spoelbak de leiding ingezogen wordt. Afhankelijk van het systeem dat gebruikt wordt, worden lucht en water de leiding ingezogen, tegelijkertijd of apart. Dankzij het drukverschil tussen het vacuümniveau in de leiding en de atmosferische druk erbuiten, zal de waterstroom versnellen door de snelbewegende lucht en zich verplaatsen richting de melk-/luchtafscheider. Behalve dat de lucht binnenkomt via de aanzuigleiding, komt het ook binnen via de melkstellen en door lekken in het systeem, wat ervoor zorgt dat de stroom turbulenter wordt.

In een transparante melkleiding zou je de stroom kunnen zien zoals die hieronder op de plaatjes is weergegeven. De stroom verandert vaak van het ene in het andere type binnen een paar seconden. Bij al deze stromen is de leiding gevuld met zowel water als lucht.

Gebruikelijke stromen in een melkleiding tijdens het reinigen

De beste manier van reinigen is met behulp van een waterkolom. Een waterkolom kan omschreven worden als een bewegende cilinder van water met een lengte variërend van een paar centimeter tot een aantal meters. De waterkolom vult de gehele leiding, dat wil zeggen dat alle oppervlakken in de leiding geraakt worden door het reinigende water, inclusief de bovenkant van de leiding.

Terug naar boven

In sommige reinigingssystemen verplaatst een aantal waterkolommen zich tegelijkertijd door het systeem. Deze waterkolommen breken vaak en verplaatsen zich enige tijd als een golf, totdat ze worden ingehaald door de volgende waterkolom.

De waterstroom kan op de volgende manieren beheerst worden:

  • continue inlaat van lucht en water tegelijkertijd
  • spontane inlaat van afwisselend lucht en water
  • gecontroleerde inlaat van afwisselend lucht en water

Tegenwoordig worden al deze manieren veel gebruikt en worden ze gecombineerd. Ze worden beschreven in de volgende onderdelen.

Continue inlaat van lucht en water tegelijkertijd

Water wordt de leiding ingezogen vanuit de spoelbak m.b.v. vacuüm. Een luchtinlaat wordt op de juiste diameter in de vacuümbuis geboord boven het waterniveau, waardoor er continue lucht in het systeem stroomt. Om er zeker van te zijn dat er ook continue water in stroomt, zou het waterniveau in de spoelbak niet beneden de aanzuigbuis mogen komen. Met deze methode worden lucht en water in min of meer constante proporties het systeem ingezogen.

Dit wordt spontane kolomvorming genoemd.

Terug naar boven

Spontane inlaat van afwisselend lucht en water

Een andere manier om de waterstroom te regelen verkrijgt men door het waterniveau in de spoelak met tussenpozen af te wisselen. Zodra het waterniveau beneden de aanzuigbuis komt, wordt er lucht aangezogen. Wanneer het water teruggepompt wordt in de spoelbak en het waterniveau komt weer boven de aanzuigbuis, wordt er opnieuw water aangezogen.

Dit wordt spontane pulserende luchtinlaat genoemd

Gecontroleerde inlaat van afwisselend lucht en water

In spoelpulsatiesystemen worden de inlaat van water en lucht opzettelijk gescheiden met behulp van een luchtinlaatklep.

Deze klep zit meestal vlakbij of in de spoelbak. Lucht wordt ingelaten totdat de waterkolom de melk-/luchtafscheider bereikt heeft, waardoor gegarandeerd wordt dat alle leidingoppervlakken geraakt worden door het snelbewegende water.

Om voldoende controle te krijgen is het verstandig een automatisch gecontroleerde luchtinlaat te gebruiken.

In een gecontroleerd systeem verplaatst zich maar één waterkolom per keer door de leiding. Het aanzuigen van water voor de volgende waterkolom begint pas wanneer de voorgaande waterkolom de melk-/luchtafscheider bereikt heeft. De grootte van de waterkolom is afhankelijk van de tijdsduur waarin water aangezogen wordt. De snelheid van de waterkolom wordt bepaald door de snelheid waarmee lucht wordt ingelaten via de luchtinlaat en door de grootte van de waterkolom.

Dit wordt gecontroleerde luchtinjectie genoemd.

Terug naar boven

Vergelijking van verschillende vormen van waterkolommen

Om verschillende redenen is de gecontroleerde waterkolom nuttiger dan de andere waterstromen:

  • Het is gemakkelijker om de gewenste stroomsnelheid aan te passen in installaties zonder transparante leidingen.
  • De omvang van de circulatiehoeveelheid kan kleiner zijn, waardoor er minder reinigingsmiddel nodig is.
  • De mechanische borstelwerking van het water is verbeterd.
  • De gemiddelde stroomsnelheid is lager, wat minder vergt van de capaciteit van de melkpomp.

Stroming in de persleiding

Vergeleken met de stroming in de melkleiding, is de stroming in de persleiding gemakkelijk te beheersen. Deze leiding dient volledig gevuld te zijn met water dat zich op de correcte snelheid voortbeweegt.

De circulatie in een grupstal

In een grupstal is spontane pulserende luchtinlaat de gebruikelijke manier om te reinigen. Maar ook de gecontroleerde luchtinjectie kan geschikt zijn voor deze systemen.

In een simpele melkinstallatie verplaatst het water zich zoals op het plaatje hieronder. Water wordt aangezogen vanuit de spoelbak, stroomt door de melkstellen en verplaatst zich door het gehele systeem totdat het de melk-/luchtafscheider bereikt. Vanuit de melk-/luchtafscheider wordt het door de melkpomp teruggepompt in de spoelbak of het gaat naar de afvoer.

Om te voorkomen dat het water de kortste weg kiest naar de melk-/luchtafscheider, wordt een driewegkraan gesloten tijdens het reinigen. Een klein lek in deze kraan zorgt ervoor dat de korte leiding tussen de kraan en de melk-/luchtafscheider gereinigd wordt.

Terug naar boven

De circulatie van reinigingsoplossing in een rondgaande leiding bij een grupstal

Soms bestaat de melkinstallatie uit twee ringleidingen. De stroming door een dergelijk systeem is moeilijk te beheersen, vooral als de leidingen variëren in lengte.

Om het water te laten versnellen, wordt er lucht ingelaten vlakbij of in de spoelbak. Na de luchtinlaat worden de melkstellen parallel gerangschikt. De melkstellen worden rechtop opgehangen op het jetterrek, die is aangesloten op de spoelleiding. Als er een gecontroleerde waterkolom gebruikt wordt, wordt de luchtinlaat vaak geplaatst na de melkstellen.

De circulatie in een melkstal

De melkstalinstallatie wordt in principe op dezelfde manier gereinigd als de installatie in een grupstal. De grootste verschillen zijn dat de melkleiding korter is en dat de melkstellen op dezelfde plaats gereinigd worden als waar er mee gemolken wordt. D.w.z. ze worden op de melkstand rechtop gezet op spoelunits of bevestigd aan spoelstellen.

In een melkstalinstallatie kunnen de melk- en spoelleiding(en) zich op een laag niveau onder de koeien bevinden. Dit heet een laagliggende melkleiding. Een leiding boven de hoogte van de melker heet een hoogliggende of midiline melkleiding. Een melkstal kan ook melkmeetglazen bevatten.

Dezelfde basisprincipes gelden voor alle soorten melkstallen.

Terug naar boven

Er zijn veel verschillende manieren om het water te laten circuleren in een melkstalinstallatie. De reden voor die verscheidenheid kan zijn dat plaatselijke tradities de manier van reinigen beïnvloeden of dat de melkinstallaties variërende kenmerken hebben. Zowel spontane kolomvorming als gecontroleerde spoelpulsatie worden gebruikt om de waterstroming te regelen. In veel gevallen gaat de voorkeur uit naar gecontroleerde spoelpulsatie.

De twee afbeeldingen hieronder laten voorbeelden zien van voorkomende installaties. Voor alle stallen geldt dat water ingezogen wordt in een spoelleiding. De melkstellen, en soms ook de meetglazen, worden bevestigd aan deze spoelleiding en voorzien van water. Vanaf de melkstellen bereikt het water de melkleiding en vervolgens de melk-/luchtafscheider. Vaak wordt water ook direct in de melkleiding gezogen.

De afbeeldingen laten zien hoe melkstallen gereinigd kunnen worden. Dit zijn slechts twee voorbeelden, de manier waarop de stroming geregeld kan worden kan zeer sterk variëren in melkstallen.

De tekening hieronder laat een stroming zien die gebruikelijk is voor kleine melkstalinstallaties. De stroom wordt veroorzaakt door onwillekeurige waterkolomvorming, d.w.z. er wordt geen luchtinlaatklep gebruikt om de stroming te regelen.

De circulatie van reinigingsoplossing in een kleine, laagliggende melkstal

In melkstalinstallaties die een melkleiding hebben met een grote diameter, wordt de geregelde waterkolom vaak gebruikt. De manieren waarop het systeem gevormd is, kunnen zeer uiteenlopen. Op de tekening hieronder staat een systeem met twee aanzuigbuizen, één voor de spoelleiding die de eenheden voedt, en één die de melkleiding voedt. Beide hebben een luchtinlaatklep vlakbij de spoelbak. Omdat de melkleiding rondgaand is, is er een spoelklep nodig.

Terug naar boven

De circulatie van reinigingsoplossing door een grote, laagliggende melkleiding

Het is ook mogelijk om in grote installaties aparte uitrustingen toe te voegen dat een waterkolom veroorzaakt aan het eind van de melkleiding. Hiermee is het zeker dat de hele melkleiding over de gehele lengte in contact komt met de waterkolom en daardoor geheel gereinigd wordt.

Het draineren van de melkinstallatie na het reinigen

Na het reinigen moet de melkinstallatie geleegd worden. De leidingen lopen leeg m.b.v. zwaartekracht, maar soms ook m.b.v. mechanische middelen zoals sponsjes. Verder worden de leidingen vaak gedroogd door het blazen van lucht. De persleiding loopt ook leeg m.b.v. zwaartekracht en is uitgerust met een handmatig te bedienen drainklep vlakbij de melkpomp. Als er een platenkoeler aanwezig is, kan het zijn dat er een andere drainklep nodig is.

Vaak is de helling in de leiding van een grupstal niet groot genoeg om zeker te zijn van het volledig leeglopen dankzij alleen de zwaartekracht. Daarom worden er één of meerdere sponzen door het systeem gezogen om te zorgen dat het overgebleven water uit het systeem verdwijnt. Deze sponzen kunnen zowel handmatig als automatisch in het systeem gebracht worden. De sponzen eindigen in de melk-/luchtafscheider, waaruit ze handmatig verwijderd moeten worden.

Omdat de leiding in een melkinstallatie vaak nogal kort is, is er genoeg helling om er zeker van te zijn dat het systeem goed leeg is. Bij grupstallen en melkstallen eindigt het reinigingsprogramma vaak met een droogfase waarbij lucht door de installatie wordt geblazen.

Terug naar boven

Benodigd materiaal om te reinigen

In vergelijking met het melken, is er extra materiaal nodig puur en alleen voor het reinigingsproces.

Namelijk:

  • een spoelbak
  • een spoelleiding
  • een luchtinlaatklep (optioneel, hangt af van het systeem)
  • een boiler (hangt af van het systeem)
  • spoeljetters
  • een spoelklep
  • een reinigingsautomaat die kan variëren van vrij eenvoudig tot zeer uitgebreid.

In de praktijk vormen de spoelbak, de boiler, de luchtinlaatklep en de regeleenheid de eenheid, die ook wel reinigingsautomaat genoemd kan worden.

Terug naar boven

At DeLaval we use cookies to make your website experience better. You can change your web browser settings if you do not allow cookies or do not want cookies to be saved. Read more about how DeLaval handles cookies. I have read and accepted the information on how DeLaval handles cookies.