Toezicht houden en controleren

Voor effectief melkveemanagement en het nemen van beslissingen is er behoefte aan de registratie van gegevens. Deze gegevens worden gebruikt om drie redenen: om prestaties te controleren, om toekomstige beslissingen te kunnen nemen en voor planning. Zonder de juiste informatie zal het erg moeilijk worden een potentieel probleem te herkennen of te beoordelen of een genomen actie de prestaties verbeterd heeft of niet.

Het nemen van beslissingen heeft als doel iets op te lossen of te verbeteren. Stel uzelf de vraag: Wat wil ik met deze beslissing oplossen of bereiken? Door doelen te stellen en ze vervolgens te vergelijken met de uitkomst, zult u weten of eerder genomen acties aanpassingen nodig hebben. Om de coördinatie van het bedrijf te vergemakkelijken, is het van groot belang dat de korte-termijndoelstellingen samengaan met de lange-termijnplanning.

Zowel fysieke als financiële gegevens moeten bijgehouden worden, zodat het bedrijf efficiënt geanalyseerd kan worden. Goede gegevens moeten aan drie criteria voldoen. Ze moeten gemakkelijk te verzamelen zijn, een duidelijk doel dienen, en up-to-date zijn, zodat elke benodigde actie zo snel mogelijk genomen kan worden.

Fysieke gegevens

Om een snel overzicht te krijgen van de situatie in de veestapel en het melkvee management van het bedrijf, zijn er een aantal fysieke parameters om gelijktijdig te controleren en te evalueren. Al deze factoren staan in indirecte relatie tot de winstgevendheid van de productie, maar het optimale niveau van elke parameter hangt af van regelingen, prijzen, arbeidskosten, belastingen, klimaat, etc. De doelstellingen zullen daarom van bedrijf tot bedrijf verschillen en het volgende zou eerder beschouwd moeten worden als richtlijn dan als specifieke aanbevelingen.

Melkgift – De gemiddelde productie per koe per jaar is een redelijke parameter om het productieniveau van de veestapel in te schatten. De meeste melkregistratie organisaties vermelden dít als de productie tijdens de eerste 305 dagen van de lactatie. Gevolg daarvan is dat dit cijfer geen veestapels met slechte voortplanting of langere tussenkalftijden weergeeft. Het geeft ook niet nauwkeurig de hoeveelheid verkochte melk per koe per jaar weer, wat de werkelijke indicator is voor het bruto inkomen. Daarom wordt het aanbevolen om op regelmatige basis de gegevens bij te houden van elke individuele koe. Productieniveaus boven 8.000 kg per koe per jaar zijn vandaag de dag gebruikelijk, maar zelfs 12.000 tot 15.000 kg of meer worden gemeten.

Tussenkalftijd – Dit geeft het netto resultaat aan van alle beslissingen die genomen zijn op het gebied van voortplanting. Van vroeger uit, was de streeftijd tussen kalveren altijd 365 dagen. Tegenwoordig wordt dit door veel producenten weerlegd en verlengd en het is niet ongewoon om streeftijden van 400 dagen of meer tegen te komen. Maar zonder het gebruik van lactatie verlengers (bijv. bovine somatotropin) zijn tussenkalftijden van meer dan 400 dagen niet aan te raden. Het grootste probleem met lange tussenkalftijden is dat de koeien na ongeveer twee maanden voortdurend zakken in hun melkproductie.

Terug naar boven

Een ander probleem is dat je nooit van te voren de lactatiecurve van een bepaalde koe kunt bepalen, omdat die van lactatie tot lactatie verschilt. Dit, samen met het feit dat de tijd tussen een genomen voortplantingsactie en het resultaat daarvan erg lang is, verhoogt het risico. Als u bijvoorbeeld besluit om de tussenkalftijd te verlengen, ziet u het resultaat daarvan pas 280 dagen na de succesvolle inseminatie. Als u zich dan realiseert dat het een verkeerde beslissing was, is het te laat om de kostbare productieverliezen te compenseren. Langere tussenkalftijden resulteren over het algemeen in lagere melkproductie en hogere totale voerkosten per geproduceerde eenheid melk.

Vervangingscijfer – Dit geeft het percentage aan van koeien die verwijderd worden uit de veestapel. Alleen dieren die niet verkocht worden aan andere veehouderijen moeten meegerekend worden. Over het algemeen liggen de vervangingspercentages tussen de 25 en 35%. Bedrijven die elk kalf zelf opfokken, een goed vaarsprogramma hebben en niet van plan zijn uit te breiden mogen rond de 40% vervangen om ervoor te zorgen dat de veestapel niet te groot wordt. Of dit een goed beleid is, is betwistbaar, omdat het winstgevender zou kunnen zijn om een aantal van die dieren te verkopen aan andere bedrijven. Een laag vervangingscijfer leidt vaak tot het houden van te veel probleemdieren, wat de algehele winstgevendheid niet ten goede komt.

Vet en eiwitten – Wanneer je kijkt naar de melksamenstelling, is het gehalte aan vet en eiwitten erg belangrijk. Afhankelijk van het gebied en van het ras liggen de vetpercentages tussen 3,9 en 5,5% en eiwitpercentages boven de 3,6%. Een laag vetpercentage wordt vaak geassocieerd met te weinig vezels in het rantsoen en een laag eiwitpercentage met te weinig oplosbare koolhydraten. Veestapels met een uitzonderlijk laag vetpercentage kunnen gezondheidsproblemen hebben die veroorzaakt worden door overvoeding van krachtvoer.

Celgetal en kiemgetal - Dit zijn andere indicatoren van de melkkwaliteit. Bacteriën in de melk zijn normaal gesproken een resultaat van slechte hygiëne of slechte koeling en het aantal zou zo laag mogelijk moeten zijn (Bactoscan < 100.000). Het celgetal weerspiegelt de uiergezondheid en hogere celgetallen wijzen op mastitis. Bedrijven die mastitis onder controle hebben, zullen een celgetal in de bulktank hebben van minder dan 100.000 cellen per ml.

Vaarsleeftijd - Op de boerderij opgefokte vaarzen zouden volledig ontwikkeld en op goede grootte met minimale kosten aan hun carrière moeten beginnen. Vaarzen die te jong afkalven zullen een lagere melkproductie hebben. Vaarzen die te laat kalven kosten meer aan opfok. De gemiddelde leeftijd van een vaars die voor de eerste keer afkalft, zou 24 tot 26 maanden moeten zijn.

Gebruik van krachtvoer – Dit kan gebruikt worden om de krachtvoer:melk verhouding te berekenen, wat aangeeft hoe efficiënt het krachtvoer wordt gebruikt. Factoren die deze factoren beïnvloeden zijn: voerkwaliteit, voerverspilling, over- of ondervoedingsniveau, melkproductieniveau en grootte van de dieren. Krachtvoer:melk verhoudingen liggen meestal rond de 0,15 tot 0,25. Een krachtvoer:melk verhouding van 0,2 betekent dat 1 kg krachtvoer wordt gevoerd voor elke 5 kg melk.

Arbeidsgegevens - De gegevens over de tijd die besteed wordt aan melken, voeren, management, tochtwaarneming, etc. kunnen o.a. gebruikt worden om de efficiëntie te bepalen, door de werktijd voor verschillende werkzaamheden te vergelijken met maatstaven en normen. Belangrijker is dat de gegevens zeer waardevol zijn bij het plannen van veranderingen en bij het evalueren van potentiële investeringen. De totale arbeidstijd per koe per jaar ligt normaal tussen de 25 en 35 uur, waarbij het laatste getal een kleinere veestapel aangeeft.

Terug naar boven

Ziektes en gezondheidsverstoringen – Deze gegevens zouden individueel bijgehouden moeten worden van elk dier in de veestapel. Voorbeelden van gebeurtenissen om bij te houden zijn klinische en subklinische mastitis, melkziekte, ketosis, kreupelheid, acidose, etc. Deze informatie kan vervolgens gebruikt worden bij het nemen van fok- of vervangingsbeslissingen. Het zijn ook belangrijke gegevens bij het analyseren van de productie- en behandelingskosten.

Financiële gegevens

De onderliggende factor die de levensvatbaarheid van een veehouderij bepaalt is de economische kracht van het bedrijf. Bedrijven met goed koemanagement, kunnen slecht zakelijk management hebben, waardoor ze de mogelijkheden om verder te investeren in hun bedrijf niet kunnen benutten. Omgekeerd kunnen ook bedrijven met slecht koemanagement hun bedrijf verder goed op orde hebben, zodat investering in het bedrijf wél mogelijk is.

De voornaamste reden voor het bijhouden van de financiële gegevens, afgezien van de belasting, is om informatie te verkrijgen over de winstgevendheid van het bedrijf. Dit stelt u in staat om analyses uit te voeren en economisch sterke en zwakke punten aan het licht te brengen. Het levert ook benodigde gegevens die helpen bij de voorbereiding van herziene plannen en budgetten. De informatie wordt doorgaans gepresenteerd in een winst- en verliesrekening en een balans. Om deze zaken te kunnen tonen moeten de volgende drie gegevens gedurende een specifieke periode (bijv. een financieel jaar, periode van 12 maanden) bijgehouden worden.

Kasboek - Dit laat alle gegevens over ontvangsten en uitgaven zien en het zou op een zodanige manier opgezet moeten worden dat alle gegevens gemakkelijk toe te wijzen zijn aan een specifieke onderneming.

Debiteuren en crediteuren – Het is noodzakelijk om bij te houden wie schulden bij u heeft of wie nog geld van u krijgt. Dit wordt bijgehouden in het debiteuren- en/of crediteurenboek, samen met de bijbehorende bedragen en een omschrijving van de spullen. Als deze bedragen betrekking hebben op verkopen of aankopen die gedaan zijn tijdens het actuele financiële jaar, moeten zij meegenomen worden in de winst- en verliesrekening. Als ze betrekking hebben op het voorgaande of aanstaande financiële jaar, moeten ze erbuiten worden gehouden.

Waardering van voorraad en levende have – Inkomsten en uitgaven geven nog niet het complete plaatje weer van de productiewaarde en inputs gedurende het jaar, zelfs niet na vereffeningen met debiteuren en crediteuren. Wat ook meegenomen moet worden is de hoeveelheid en waarde aan ópgeslagen inputs (voer, kunstmest, chemicaliën, medicijnen, etc.) en outputs (graan, vee etc.). Als de waarde van bijvoorbeeld opgeslagen kunstmest aan het eind van het jaar hoger is dan aan het begin, dan is de waarde van het verbruikte kunstmest lager dan de aankoop ervan gedurende dat jaar, en vice versa. Deze veranderingen moeten daarom opgenomen worden in de winst- en verliesrekening en de bezittingen in opslag moeten meegenomen worden op de balans. Het volgende niveau van financiële gegevens is direct gerelateerd aan de productie. Deze zijn nodig om een specifieke onderneming te evalueren en te analyseren (zie Bruto winstanalyse hieronder). Voorbeelden van nuttige gegevens zijn:

Terug naar boven

Financiële opbrengsten – Het is belangrijk om de financiële output van elke onderneming bij te houden, omdat deze gegevens de winstgevendheid bepalen. De cijfers kunnen van jaar tot jaar sterk variëren en ze zijn grotendeels verantwoordelijk voor de jaarlijks veranderingen in de totale winst van de veehouderij. Deze outputs spelen ook een belangrijke rol bij de berekeningen van de bruto marges.

Variabele kosten binnen een onderneming – De belangrijkste variabele kosten om bij te houden op een melkveehouderij bedrijf zijn de kosten voor krachtvoer, omdat deze een aanzienlijke invloed hebben op de rendabiliteit. Andere interessante gegevens zijn: ingekocht voer (excl. krachtvoer), kunstmest, sproeimiddelen, zaden en andere diverse variabele kosten (stro, medicijnen, veearts, etc.).

Arbeidskosten – Vooral in de landbouwsector is het bijhouden van de arbeidskosten per onderneming een tijdrovende klus. Maar in de veehouderij is het gemakkelijker om deze gegevens bij te houden en daarom ook aan te raden.

Machinekosten – Als de opvolging van een bepaalde machine gewenst is, is het aan te bevelen gegevens bij te houden van afschrijving, reparaties en brandstoffen die geassocieerd zijn met de machine.

Bedrijfsanalyse

Rekeninganalyse
De algehele prestatie van een melkveehouderij kan gemeten worden aan de hand van een aantal economische gegevens. De informatie die nodig is om dit te berekenen wordt uit de winst- en verliesrekening gehaald en uit de balans. Dit zijn de meest gebruikte gegevens:

Winst - Persoonlijke doelstellingen zullen een rol spelen in de manier waarop winst uitgedrukt wordt en in welke mate de winst voldoende is. Toch zullen bedrijven op de lange termijn winst moeten maken om te overleven. Maatstaven voor algehele winstgevendheid zijn management en investeringsinkomen en netto bedrijfsinkomen . Het eerste staat voor de beloning voor de eigenaar van de investering in het bedrijf. Bij het tweede wordt daarvan de schatting aan onbetaalde arbeid afgetrokken

Vermogen – Dit geeft de stabiliteit van het bedrijf aan op lange termijn en wordt meestal gemeten in percentages (% Vermogen = (Eigen netto kapitaal / Totale waarde aan goederen) x 100). Het behouden van een relatief hoog vermogen is noodzakelijk om bestand te zijn tegen periodes waarin verlies wordt geleden.

Terug naar boven

Liquide middelen – De mogelijkheid om gelijk te kunnen voldoen aan verplichtingen (rekeningen betalen, etc.) is afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid aanwezig geld. Dit wordt gemeten door de liquiditeitsverhouding, wat de verhouding is van liquide middelen (bijv. contant geld) tot lopende schulden. De verhouding zou 1 op 1 moeten zijn.

Bruto marge analyse
Als aanvulling op de gehele bedrijfsanalyse en om een beter overzicht te krijgen van de winstgevendheid van een bepaalde onderneming, kan de bruto marge analyse worden gebruikt. In het voorbeeld hieronder bekijken we de melkproductie onderneming. De belangrijkste opbrengst- en kostenposten per koe zijn als volgt:

  1. Opbrengst van geproduceerde melk (verkopen plus eigen verbruik)
  2. Opbrengst van reforme koeien
  3. Opbrengst van vervangingen
  4. Opbrengst van kalveren (verkocht en aangehouden)
  5. Kosten van krachtvoer
  6. Kosten van andere aangekochte voedingsstoffen
  7. Andere variabele kosten (exclusief voer)
  8. Variabele voerkosten
  9. Arbeidskosten
  10. Jaarlijkse bouwkosten

Uiteraard spelen er nog andere kosten mee, maar dit zijn de belangrijkste. In sommige gevallen of perioden kan het relevant zijn om bijv. de conserveringskosten toe te voegen. Maar de kosten van het bijhouden van deze gegevens moeten wel opwegen tegen de waarde van de informatie. Wanneer u de onderneming wilt evalueren, begin dan met het berekenen van de volgende verhoudingen van de inkomsten en kosten die hierboven genoemd zijn.

  • Marge over krachtvoer per koe = 1 - 5
  • Marge over ingekocht voer = 1 - (5+6)
  • Opbrengst min krachtvoer per koe = (1+2+4) - (3+5)
  • Bruto marge per koe = (1+2+4) - (3+5+6+7+8)

Deze uitkomsten kunnen vervolgens vergeleken worden met voorgaande jaren en andere melkveehouderijbedrijven. Door dit te doen, is het mogelijk om sterke en zwakke punten binnen de onderneming vast te stellen.

Verder onderzoek naar de waarde van melkproductie is mogelijk. Hiervoor moeten de twee gegevens berekend worden waaruit het figuur eigenlijk is afgeleid: melkgift per koe en prijs per liter. De melkgift per koe kan geanalyseerd worden aan de hand van de melkproductie per lactatie en gemiddelde afkalftijd. En de prijs per liter aan de hand van seizoensgegevens, melkkwaliteit en andere bonussen. Een vergelijkbare procedure kan uitgevoerd worden voor de opbrengsten en kosten die van belang zijn.

Terug naar boven

Als aanvulling op de gegevens in de tabel hieronder, zijn er een aantal doelstellingen/richtlijnen toegevoegd. Deze dienen als voorbeeld en kunnen van geval tot geval aangepast moeten worden. Om te zorgen voor verbetering van de prestaties werkt het over het algemeen zeer effectief om bepaalde doelen te stellen. Door het veelvuldig bijhouden en rapporteren van de resultaten, zorgt de natuurlijke competitiedrang van de meeste mensen ervoor dat ze zich meer willen inspannen en betere prestaties willen leveren.

At DeLaval we use cookies to make your website experience better. You can change your web browser settings if you do not allow cookies or do not want cookies to be saved. Read more about how DeLaval handles cookies. I have read and accepted the information on how DeLaval handles cookies.