Management van de melkkoe

Er zijn duizenden melkveehouderijen over de hele wereld met verschillende bedrijfsplannen en managementstrategieën. Aspecten als klimaat, marktcondities, tradities, ras, etc. beïnvloeden het runnen en plannen van het bedrijf. Als we proberen om alle melkveehouderijen ter wereld te categoriseren en te generaliseren, vinden we vrij gemakkelijk drie hoofd“types” (zie het plaatje beneden).

Het Amerikaanse type (Noord- en Zuid-Amerika) wordt gekenmerkt door ondernemingen met grote doorloopstallen, TMR voeren en relatief veel werknemers. Maar melkveehouderijen in het Noordoosten van de US en in delen van Canada verschillen van het typische Amerikaanse bedrijf. Daar vind je veel kleine familiebedrijven met loop- of bindstallen. Deze bedrijven lijken erg op het Europese type, wat gekarakteriseerd wordt door relatief kleine ondernemingen waar elke koe individueel gevoerd en behandeld wordt.

Managementtypes in verschillende delen van de wereld

Het derde type komt vooral voor in Nieuw-Zeeland en Australië. De melkveebedrijven in dit gebied worden meestal gerund op een zeer extensieve manier, voor een groot gedeelte gebaseerd op weidegang. Met name door het klimaat en lokale beperkingen gebruiken de Nieuw-Zeelandse en Australische veehouders weinig krachtvoer. Bovendien is de zuivelmarkt ontregeld, waardoor de prijzen de wereldmarktprijzen (WMP) volgen.

Wanneer je deze types wat beter bekijkt, zie je dat ze veel onderliggende principes delen. Ongeacht de managementstrategie, de bedrijfsgrootte of het lokale klimaat, moet de koe afkalven, melk produceren, eten, in goede gezondheid worden gehouden, etc. Het doel van elke melkveehouderij zou moeten zijn om de winst per eenheid melk te maximaliseren binnen de bedrijfsbeperkingen of, in sommige delen van de wereld, binnen melkquota’s. Om dat te kunnen realiseren, moeten we weten hoe we de koe moeten managen en hoe verschillende productieaspecten met elkaar in wisselwerking staan.

Voeren

Doordat de genetische mogelijkheden van de melkkoe toenemen, worden voer en voerstrategieën steeds belangrijker. Het is bekend dat de hoeveelheid melk die geproduceerd wordt, afhankelijk is van de hoeveelheid en kwaliteit van het voer dat de koe krijgt. 

Het is ook mogelijk de samenstelling van de melk te beïnvloeden door het voeren. Omdat de koe normaal gesproken in het begin van de lactatie een tekort aan voedingsstoffen kent, is het belangrijk de koe een goed uitgebalanceerd dieet te voeren om te zorgen voor een maximale droge stof opname. Een ongebalanceerd dieet verhoogt het risico op verstoringen in de stofwisseling en gewichtsverlies, wat een negatief effect heeft op de melkgift. Gezonde koeien zullen ook eerder de overgang van de droogstand naar de lactatiepiek maken.

Terug naar boven

Het grootste compartiment van de maag van de koe is de pens (zie het plaatje beneden). Samen met de netmaag heeft het een totaal volume van ongeveer 150-200 liter. In deze twee compartimenten leven miljarden micro-organismen. Zij helpen de koe de voedingsstoffen in het voer te verteren en te gebruiken. Om goed voedselgebruik te kunnen realiseren, en uiteindelijk een hoge melkgift, moeten de micro-organismen in optimale condities leven. (Voor meer gedetailleerde informatie over voeding, zie Efficiënt Voeren en Efficiënt Kalveropfokmanagement.)

Het spijsverteringskanaal van de melkkoe

Het voeren managen

Een goed voerprogramma is een van de belangrijkste sleutels tot een succesvol melkveebedrijf. Voeding is niet alleen de grootste kostenpost (ongeveer 50% van de totale kosten), maar het is ook bepalend voor de melkproductie, vruchtbaarheid en gezondheid.

De basis in alle voerprogramma’s is het ruwvoer en een algemene aanbeveling is dat dit zo’n 40-60% van de totale droge stof opname moet vertegenwoordigen. De voedselopname van een koe per dag is gelimiteerd en daarom is het belangrijk te weten wat de voedingswaarde en het droge stof percentage is in het ruwvoer en in het krachtvoer. De opname per dag is afhankelijk van het lactatiestadium van de koe. Na het afkalven zal de opname geleidelijk aan toenemen en het zal ongeveer 6-12 weken na het afkalven een piek bereiken.

Terug naar boven

Als alle voersoorten (incl. ruwvoer) geanalyseerd zijn, moeten we er voor zorgen dat elke koe krijgt wat zij nodig heeft aan energie, eiwitten, mineralen, vitaminen en water. Er zijn een aantal voerstrategieën en systemen waaruit gekozen kan worden. Hun overeenkomst is, dat de opname van ruwvoer geregeld wordt door de verstrekking van krachtvoer. Hoe meer krachtvoer er wordt verstrekt, apart of in een mix met ruwvoer, des te minder ruwvoer zal de koe eten.

Voerstrategieën

Onbeperkt voeren
Onbeperkt voeren betekent dat de dieren vrije toegang tot het voer hebben en dat ze zo veel mogen eten als ze willen. Ruwvoer wordt vaak onbeperkt gevoerd, ongeacht de strategie die gebruikt wordt voor het voeren van krachtvoer (flat feeding (vaste hoeveelheid krachtvoer), normvoedering en voeren op basis van melkgift). Echter door het mengen van ruwvoer en krachtvoer en het onbeperkt te voeren, kan de totale voeropname van een groep koeien geregeld worden door de concentraties van het voer. Deze strategie is gebruikelijk bij gebruik van een voermengwagen (Zie TMR). Een nadeel van onbeperkt voeren is dat het niet mogelijk is van elke koe de individuele voeropname te controleren. Dit verhoogt het risico van over- en ondervoeding.

Flat feeding
Flat feeding is een strategie waarbij alle koeien dezelfde hoeveelheid krachtvoer krijgen gedurende de gehele (of gedeeltelijke) lactatie. Het krachtvoer is op een bepaald niveau beperkt, terwijl ruwvoer onbeperkt of gemengd gevoerd wordt. Zoals eerder beschreven hangen de behoeftes van de koe aan energie en voedingsstoffen af van het stadium van de lactatie. Door de vaste hoeveelheid krachtvoer in het rantsoen, vertrouwt flat feeding op vetmobilisatie. Het nadeel van deze strategie is het risico op metabolische verstoringen (Ketosis) en het moeilijk bereiken van hoge pieken in de melkgift. Maar de techniek is eenvoudig en daardoor zijn de investeringskosten relatief laag.

Normvoedering
Terwijl flat feeding vertrouwt op vetmobilisatie, richten normvoedering en voeren op basis van melkgift (zie beneden) zich op de behoeftes van de koe in de bepaalde stadia van de lactatie.

Normvoedering van krachtvoer vindt plaats in het beginstadium van de lactatie, waar het risico op ondervoeding bestaat. Zonder de hoeveelheid ruwvoer te verminderen (ongeveer 40-60% van de totale droge stof opname), krijgt de koe daarnaast zoveel krachtvoer als ze wil eten. Dit gaat zo door totdat ze haar piek bereikt, vier tot tien weken na het kalveren. Door deze strategie te gebruiken krijgt elke koe de kans om te laten zien wat in haar productievermogen ligt.

Voeren op basis van melkgift
Wanneer de piekproductie bereikt is en de productie begint af te nemen, bestaat er het risico op overvoeding. Door elke koe krachtvoer te voeren op basis van de individuele melkgift, blijft de lichamelijke conditie van de koe gehandhaafd en het voer wordt zo efficiënt mogelijk gebruikt. Een succesvolle implementatie van deze strategie betekent een hogere melkproductie, waarbij de voerkosten goed onder controle gehouden worden.

Terug naar boven

Voerstrategie

Voordeel

Nadeel

Onbeperkt voeren   - Groot risico op over- en ondervoeding
- Verspilling van voer
- Moeilijk hoge pieken in productie te bereiken
Flat feeding - Eenvoudig rantsoen - Risico van koeien met overgewicht
- Risico van ondervoede koeien wat ketose kan veroorzaken
- Moeilijk hoge pieken in productie te bereiken
Normvoedering / Voeren op basis van melkgift - Vermogen tot het behalen van hoge productie
- De koe wordt gevoerd naar haar behoefte
- Verminderd risico van koeien met overgewicht
- Risico van pH-variatie in de pens als het voeren niet verspreid wordt over de hele dag

Voor- en nadelen van verschillende voerstrategieën

Voersystemen

De opzet van de voersystemen en de daarbij benodigde apparatuur verschillen door type stal, bind- of loopstal, en de management strategie die gebruikt wordt op het bedrijf. Maar de principes van de voersystemen zijn over het algemeen hetzelfde en kunnen onderverdeeld worden in de volgende vier categorieën: Handmatig voeren van krachtvoer, Geautomatiseerd voeren van krachtvoer, Total Mixed Ration (gemengd voeren) en Partly Mixed Ration (gedeeltelijk gemengd voeren).

Handmatig voeren van krachtvoer

Handmatig voeren van krachtvoer
Dit systeem wordt veel gebruikt in bindstallen, maar ook in loopstallen waar handmatig in de melkstal gevoerd wordt. Het systeem maakt individueel voeren van ruwvoer en krachtvoer mogelijk in de bindstal. Maar in zowel loop- als bindstallen wordt het ruwvoer vaak onbeperkt gevoerd en het krachtvoer individueel.

Geschikte voerstrategieën hangen af van de opzet van de stal. In een bindstal is het mogelijk, met een variërende precisiegraad, om normvoedering en voeren op basis van melkgift te implementeren. Een loopstal waar handmatig in de melkstal gevoerd wordt, is eigenlijk alleen geschikt voor flat feeding.

Terug naar boven

Een nadeel van handmatige systemen is het risico van onnauwkeurigheid. Praktijkervaring heeft uitgewezen dat er vaak grote verschillen zijn tussen het bedoelde rantsoen en het daadwerkelijke rantsoen. Het schema hieronder laat zien dat een dier dat bijvoorbeeld 4,5 kg moet krijgen, in werkelijkheid een portie krijgt van tussen de 3 en 8 kg. Dit leidt niet alleen tot kostbare voerverspilling en koeien met overgewicht, maar zal ook een negatief effect hebben op de productiviteit. Een handmatig systeem is tevens arbeidsintensief en er is meer tijd nodig om nieuwe voerrantsoenen te implementeren dan bij een geautomatiseerd systeem. Dit alles betekent hoge voer- en arbeidskosten en verloren inkomsten.

 

Rantsoen dat gegeven wordt wanneer handmatig gevoerd wordt

Geautomatiseerd voeren buiten de melkstal

Geautomatiseerd voeren van krachtvoer
In plaats van het krachtvoer handmatig te verstrekken, kan het verdeeld en gecontroleerd worden door een computer. In bindstallen wordt soms een aan een rail opgehangen voerwagen gebruikt (Feedcar).

Bij loopstallen zijn er twee systemen waaruit gekozen kan worden: In de melkstal voeren of buiten de melkstal voeren (of een combinatie van beide).

Het in de melkstal voeren gebeurt m.b.v. een automaat die handmatig in werking wordt gezet of door automatische herkenning. Voor voerautomaten buiten de melkstal is automatische herkenning (transponders) nodig. Bedrijven met een lange weidegang geven er soms de voorkeur aan om al het krachtvoer in de melkstal te voeren. Een nadeel daarvan, is dat het verorberen van grote rantsoenen veel tijd in beslag neemt en het is ongezond voor de pens. Een alternatief is om voerautomaten buiten de melkstal te gebruiken en de koeien enkele uren binnen te houden voor ze weer in de wei te laten.

Terug naar boven

Wanneer buiten de melkstal gevoerd wordt of een aan een rail opgehangen voerwagen (bindstallen) gebruikt wordt, kunnen normvoedering en voeren op basis van melkgift succesvol gebruikt worden als voerstrategieën. Het individuele rantsoen van elke koe staat geprogrammeerd in een computer en zodra de koe het voerstation binnengaat, wordt ze herkend en de juiste hoeveelheid voer wordt verstrekt. De computer zorgt voor een afname van de arbeid en vergemakkelijkt de implementatie van nieuwe voerrantsoenen en het bijhouden van de gegevens van elke koe.

Total Mixed Ration (gemengd voeren)
In een TMR voersysteem worden het ruwvoer en het krachtvoer gemengd in een voermengwagen en meestal onbeperkt gevoerd. Het mengsel wordt meestal rechtstreeks uit de voermengwagen aan de koe gegeven, maar het kan ook op een transportband of door een voerwagen verdeeld worden.

Het TMR systeem komt het meest voor in grote doorloopstallen, maar het kan ook gebruikt worden in bindstallen.

TMR voeren

Er zijn hoofdzakelijk twee manieren van voeren met TMR, namelijk hetzelfde rantsoen voor het hele koppel (geen groepering) of verschillende rantsoenen voor verschillende groepen. In het eerste geval wordt er één mengsel gemaakt en gevoerd. Dit mengsel is meestal gebaseerd op de behoeftes van de koeien met de hoogste melkgift. Het rantsoen moet dan goed uitgebalanceerd zijn om koeien met overgewicht te voorkomen.

Een manier om de precisie van het voeren te verbeteren is een groepssysteem te gebruiken. De koeien kunnen gegroepeerd worden volgens vele criteria: melkgift, stadium van lactatie, vaarzen die hun eerste kalf hebben gehad, etc. Het nadeel van groeperen is dat de rationaliteit van het systeem verloren gaat in vergelijking met systemen zonder groepering.

Het kost veel tijd om de koeien van de ene naar de andere groep te verhuizen. Ook kunnen groepsveranderingen resulteren in melkverlies doordat de koeien zich sociaal aan moeten passen. Daar komt bij dat er verschillende mengsels gemaakt en verdeeld moeten worden om elke groep van het beste rantsoen te voorzien. Toch zou het, als de veestapel groot genoeg is, mogelijk moeten zijn om een efficiënt en geschikt TMR systeem met groepering te kunnen gebruiken. Nadelen van alle TMR systemen zijn de relatief hoge voerverspillingen en het feit dat het niet mogelijk is om de individuele opname van krachtvoer te controleren. Ook zijn de voerkosten en de kosten voor opslagruimte relatief hoog.

Het voordeel is een goede pensgezondheid, wat resulteert in weinig stofwisselingsverstoringen en mogelijke effecten op de melkproductie. Om een goed werkend TMR systeem en een hoge droge stof opname te krijgen, heeft het rantsoen veel aandacht nodig.

Terug naar boven

Partly Mixed Ration (gedeeltelijk gemengd voeren)
PMR voeren is een voerstrategie die TMR voeren combineert met het individueel voeren van krachtvoer. Een voermengwagen wordt gebruikt om het ruwvoer en een gedeelte van het krachtvoer te mengen. De concentratie van het mengsel is aangepast op de koeien met lagere melkgift.

De koeien met een hogere melkgift krijgen extra krachtvoer in de voerautomaten buiten de melkstal, voerautomaten in de melkstal of van voerwagens. Het PMR systeem geeft u de mogelijkheid de voordelen van een gemengd rantsoen te combineren met geautomatiseerd voeren.

 

In de melkstal voeren

Buiten de melkstal voeren 

TMR 

PMR 

Voordelen  -Te gebruiken met handmatige herkenning
- Koe laat de melk beter schieten
- Vaak de enige oplossing tijdens periodes van weidegang
- Het voeren van krachtvoer kan verspreid worden over de dag = goede pensgezondheid
- Vermogen om hoge pieken in de melkgift te bereiken
- Goede controle over de eetprestaties van de koe
- Mits goed uitgebalanceerd = goede pensgezondheid
- Mogelijkheid om veel verschillende voedingsstoffen te gebruiken
- Mits goed uitgebalanceerd = goede pensgezondheid
- Mogelijkheid om veel verschillende voedingsstoffen te gebruiken
- Mogelijkheid om elke koe afzonderlijk te voeren
Nadelen - Grote rantsoenen zorgen voor een lange wachttijd en vertragen daardoor het melkproces
- Onrustige koeien tijdens het melken
- Risico van hygiëneproblemen in de melkstal
- Soms lastig tijdens periodes van weidegang - Geen mogelijkheid om individueel te voeren
- Hoge investeringskosten
- Hoge investeringskosten

Voor- en nadelen van verschillende voersystemen

Melken

Om van een individuele koe de melkproductie te illustreren, wordt de melkgift tegenover de tijd in kaart gebracht. Dat geeft ons de lactatiecurve zoals op het plaatje beneden. Zoals de tabel laat zien zal de melkgift stijgen tijdens de eerste maanden na het afkalven, gevolgd door een lange periode van aanhoudende daling. De vorm van de lactatiecurve zal verschillen van individu tot individu en van soort tot soort. Ook voeding en management beïnvloeden de curve en hebben een duidelijke invloed op de totale hoeveelheid geproduceerde melk. De ideale lactatie duurt 305 dagen (in de praktijk is het meestal meer), gevolgd door een twee maanden durende droogstand voorafgaand aan de volgende kalving. De melkgift van een koe wordt beïnvloed door vele factoren, die meer in detail worden beschreven in het hoofdstuk Efficiënt Melken.

Terug naar boven

De lactatiecurve van een melkkoe

Melkgiftpiek

De melkgiftpiek is het punt waarop de koe het hoogste melkproductieniveau tijdens de gehele lactatie behaald. Vaarzen pieken op 70-75% van volwassen koeien en koeien die voor de tweede keer in lactatie gaan pieken op 90% van volwassen koeien. Normaal gesproken wordt de piek vier tot tien weken na het kalven bereikt. Hoelang het duurt voordat de piek bereikt wordt hangt af van veel factoren, bijvoorbeeld van ras, voeding en vermogen. Dieren die veel produceren pieken later dan dieren die minder produceren. Een hoge piek in de melkgift betekent normaal gesproken ook een hogere totale melkgift. Uit onderzoek blijkt dat elke kilogram meer in de piek, ongeveer 100 tot 200 kilogram melk extra betekent tijdens de gehele lactatie. Het bereiken van hoge pieken in de melkgift lukt alleen door een goed gemanaged en uitgebalanceerd voerprogramma.

Vasthoudendheid

Na de piek begint de melkproductie af te nemen met ongeveer 7-10% per maand. De mate van afname wordt gemeten als de vasthoudendheid van de koe. Als de productie van een koe afneemt na de piek met 7% per maand, is ze vasthoudender dan een koe die 10% per maand verliest. Een algemene vuistregel is dat hogere piekproductie leidt tot lagere vasthoudendheid. Net als de melkgiftpiek is ook de vasthoudendheid afhankelijk van de voeding en is daardoor, in zekere mate, te beïnvloeden. Vasthoudendheid verschilt onder koeien, maar een koe die voor het eerst lacteert is meestal vasthoudender dan een koe die al voor de tweede of derde keer lacteert.

Totale en dagelijkse melkgift

Om tot een hoge totale melkproductie (hoge piek en lange vasthoudendheid) te komen is het belangrijk om elke koe of groep goed te controleren en te evalueren. Toch is het belangrijk te onthouden dat een melkkoe geen stabiele melkproducent is. De melkgift verschilt van dag tot dag en het verschil daarin kan 6-8% zijn van de ene op de andere dag. Koeien die drie keer per dag gemolken worden variëren hier meestal minder in dan koeien die twee keer per dag worden gemolken.

Terug naar boven

Het registreren van de melkgift

De totale melkgift is een goede indicator van het bruto inkomen uit melkverkoop, wat een direct effect heeft op het inkomen van de melkveehouder. Door de melkgift te registreren, kan de veehouder toezicht houden op de dagelijkse opbrengsten en op de productie. De melkgift is ook de interessantste variabele voor het uitrekenen van de voerrantsoenen. Gebruikelijke methodes voor het meten van de melkgift zijn: de inhoud van de bulktank meten, maandelijkse melkgiftregistratie, meetglazen/ stand alone meters en elektronische melkmeting. Deze gegevens kunnen dan gebruikt worden voor:

  • Het berekenen en het opvolgen van de voerrantsoenen
  • Toezicht houden op lange termijn productieveranderingen
  • Het aantonen van algemene gezondheidsverstoringen 

De inhoud van de bulktank meten

De inhoud van de bulktank meten
Met het meten van de inhoud van de bulktank, is het niet mogelijk de individuele koeien te controleren, maar het kan wel gebruikt worden als een indicator van het algemene management van de veestapel. Om de correcte totale melkgift te krijgen, moet rekening gehouden worden met het aantal verse, behandelde en droge koeien, plus de melk die voor eigen consumptie en voor de kalveren gebruikt worden.

Maandelijkse melkgiftregistratie
Maandelijkse registratie wordt meestal uitgevoerd door een melkgift registratie organisatie en was oorspronkelijk geïntroduceerd voor fokdoeleinden. Omdat de registratie meestal één keer per maand plaatsvindt, en de melkproductie van de koe van dag tot dag varieert, wordt het niet aangeraden deze informatie te gebruiken bij het voermanagement. Zodra de gegevens ontvangen worden, zijn ze achterhaald en zullen ze niet de huidige situatie weergeven.

Meting met Milkoskope

Maar de informatie kan wel gebruikt worden voor de analyse van trends en een idee geven van de piek en vasthoudendheid van de individuele koeien. Deze gegevens kunnen gebruikt worden voor het fokken, het vervangen en voor algemene beslissingen omtrent het voeren. In tegenstelling tot de bulktankmeting, geeft de maandelijkse registratie de veehouder geen vroege aanwijzing voor gezondheidsproblemen.

Terug naar boven

Dagelijkse melkgiftregistratie
Dagelijkse melkgiftregistratie kan beschouwd worden als één van de meest belangrijke beslissingshulpmiddelen bij de fijnafstemming van de hoogproducerende veestapel. De melkgift kan bij elke melkbeurt gemeten worden door meetglazen of melkmeters te gebruiken. Bij het gebruik van meetglazen moeten alle gegevens handmatig genoteerd worden (bijv. op papier of in de computer).

Bij melkmeters die aangesloten zijn op een processor of een computer, zul je een automatische verzameling van gegevens hebben en een geheugen dat veel accurater en efficiënter werkt dan dat van de melker. De processor bevat een database waarin alle individuele melkgiften en andere relevante data dagelijks worden opgeslagen.

Meetglas

Deze gegevens voorzien de manager elke dag van exacte en vroegtijdige informatie over de productie van koeien of groepen. Deze data kan gebruikt worden om:

  • voerrantsoenen te berekenen en te evalueren voor individuele koeien of groepen om de melkproductie te maximaliseren en over- en ondervoeding te voorkomen.
  • tochtige koeien te herkennen. Uit onderzoek blijkt dat een afname in de ochtendmelk tochtigheid kan betekenen.
  • koeien met potentiële gezondheidsproblemen vroegtijdig te herkennen. Bijvoorbeeld voordat Ketosis als diagnose gesteld kan worden, gaat er een geleidelijke afname van de melkproductie aan vooraf.
  • de daadwerkelijke lactatiecurve te berekenen in plaats van te schatten.
  • koeien op basis van hun melkgift te groeperen, wat resulteert in sneller melken.
  • de melkproductie van individuele koeien op lange termijn te evalueren voor het plannen van vervanging en fokken.

DeLaval Melkmeter MM15

Voortplanting

Voortplanting is een noodzakelijk en belangrijk onderdeel van de melkproductie. Zonder regelmatige kalvingen op de lange termijn, zullen er problemen komen met het produceren van de gewenste hoeveelheid melk. Het is ook belangrijk voldoende vaarskalveren te produceren als vervangingskoeien en om ervoor te zorgen dat de omvang van de veestapel gehandhaafd of uitgebreid wordt.

Terug naar boven

Tegenwoordig wordt er meestal gebruik gemaakt van kunstmatige inseminatie (KI) in plaats van een stier. KI verhoogt de controle over het fokken en het stelt de veehouder in staat om sperma te gebruiken uit andere delen van de wereld, wat genetische winst oplevert. Tegelijkertijd verhoogt het de noodzaak voor een goede planning en goed gestructureerde werkroutines.

Een andere manier om een koe drachtig te krijgen is met behulp van embryotransplantatie. Tot nu toe is dit vrij ongewoon, maar verwacht wordt dat dit in belangrijkheid zal toenemen. Het grote voordeel van deze techniek is dat het mogelijk is om meer kalveren van een goede koe te krijgen dan met behulp van KI.

De vruchtbaarheidscyclus

Zolang een koe of een vaars niet drachtig is, zal zij normaal gesproken een vruchtbaarheidscyclus hebben van 21 dagen. De lengte van de cyclus kan variëren, maar het ligt meestal tussen de 17 en 24 dagen. De cyclus van een vaars is meestal wat korter dan die van een koe. De cyclus gaat net zo lang door tot de koe drachtig is. Na het kalven is er een periode van 20 tot 30 dagen waarin geen cyclus plaatsvindt.

De vruchtbaarheidscyclus wordt gereguleerd door een ingewikkeld systeem waarbij verschillende hormonen die geproduceerd worden in de hersenen en de eierstokken een grote rol spelen. Het plaatje beneden laat een vereenvoudigd beeld zien van twee van deze hormonen, oestrogeen en progesteron, en hoe deze variëren afhankelijk van de cyclus waarin de koe zich bevindt.

De vruchtbaarheidscyclus

Sommige koeien volgen de normale vruchtbaarheidscyclus niet. Een koe kan bijvoorbeeld onregelmatig zijn, wat betekent dat haar eierstokken geen normale 17- tot 24-daagse cyclus vertonen waardoor zij niet tochtig wordt. Andere koeien kunnen leiden aan cysten op de eierstokken. Deze koeien zullen met zeer korte intervallen tochtigheid vertonen en de periode waarin ze tochtig zijn duurt drie tot vier dagen.

Voortplantingsmanagement

Onderzoek heeft uitgewezen dat een te lange tussenkalftijd op mastitis na de grootste economische verliespost is voor veehouders. Melkkoeien in late lactatie zijn minder winstgevend door de afname in productie. Lange tussenkalftijden betekent het melken van minder winstgevende koeien, minder kalveren en te veel koeien met een lage voederefficiëntie. Daarom heeft een succesvol voortplantingsprogramma een duidelijke invloed op de algemene prestaties van de veestapel en op het netto inkomen.

Terug naar boven

Gemiddelde tussenkalftijd (dagen)

Productieniveau (kg melk/koe)

  0-4499  4500-5499 5500-6499  6500-7499  7500 -> 
<365 6% 7% 7% 9% 11%
 365-377 18% 20% 28% 36% 43%
 378-392 23% 28% 34% 36% 33%
 393-408 18% 22% 19% 14% 10%
 >409 35% 23% 12% 5%  3%

Tussenkalftijd tegenover productieniveau. (Bron: SHS, Swedish Association for livestock, breeding and production)

Ook wordt het risico van onvrijwillige vervanging verminderd door goed gemanagede voortplanting. Informatie uit de UK en USA laat zien dat de kosten per koe £ 1,5 tot £ 3 per 1 dag uitgestelde tussenkalftijd is.

De tussenkalftijd die door management beïnvloed kan worden zijn de open dagen, die worden bepaald door de vrijwillige wachttijd (VWT) en de bevruchtingsperiode (BP). Een veel voorkomende oorzaak van ongewenst lange tussenkalftijd is gemiste tochtigheid. Door snellere tochtwaarneming (TDR= tochtdetectieratio), snellere conceptie (BR= bevruchtingsratio), beter management en verbeterde timing van het insemineren, is het mogelijk een beduidend kortere tussenkalftijd te verkrijgen.

Factoren die de tussenkalftijd beïnvloeden

Tochtwaarneming
De meest sexueel intensieve periode van de vruchtbaarheidscyclus is tijdens de staande tocht, die ongeveer 18 uur duurt. In loopstallen is deze periode herkenbaar doordat de tochtige koe onbeweeglijk stil staat als zij door een andere koe of stier besprongen wordt. Andere signalen van tochtigheid zijn:

  • Loeien
  • Verhoogde activiteit
  • Likken/ Snuffelen
  • Gezwollen en rode vulva
  • Bespringen van andere koeien
  • Lagere melkgift
  • Verminderde voeropname

De sexueel intensieve periode

De tochtperiode varieert van dier tot dier, maar ongeveer 10 tot 12 uur na het einde van de staande tocht, laat het eitje los (ovulatie) en is de tocht beëindigd.

Terug naar boven

Handmatige tochtwaarneming
Manuele tochtwaarneming is gebaseerd op observaties in de stal. De koeien en vaarzen worden twee tot drie keer per dag onderzocht op tocht en alle waargenomen tochtigheden worden geregistreerd, ongeacht of het dier al geïnsemineerd is of niet. De gegevens voorzien de manager van informatie om toekomstige tocht beter te herkennen. Dit maakt het gemakkelijker om te bepalen of een koe tochtig is of niet. Tussen 18.00 en 6.00 uur wordt er het meest besprongen, daarom is het de moeite waard om op deze tijden de waarnemingen te doen. Om de planning en registratie te vergemakkelijken, wordt vaak gebruik gemaakt van een koekalender. Deze kan handmatig of geautomatiseerd zijn.

Het nadeel van handmatige tochtwaarneming is dat het veel tijd vergt en dat het moet gebeuren door mensen die in staat zijn goed te kunnen observeren. Dit is vooral erg belangrijk als er geen goed waarneembare aanwijzingen van tocht zijn. Door progesterontesten of andere hulpmiddelen te gebruiken, kan de waarneming verbeterd worden.

Automatische tochtwaarneming
Een andere manier om tochtige koeien te signaleren is om hun activiteit te meten. Tijdens de tocht zijn ze tot 8 keer zo actief als normaal.

De activiteit kan automatisch geregistreerd worden door een activiteitmeter rond de nek of poot.

Door de activiteit te vergelijken met de laatst waargenomen tocht, de melkgift en de voeropname, verkrijgt men een betrouwbare indicator voor tocht.

Het tijdstip van insemineren
Met kunstmatige inseminatie wordt het tijdstip van het insemineren belangrijk. De optimale tijd van insemineren hangt af van de ovulatie in relatie tot de tocht en hoe lang het sperma levensvatbaar is. Het meeste sperma blijft 24 uur goed. De eicel is maar 4 uur levensvatbaar en daardoor het meest kritieke punt. Daarom is het het beste als levensvatbaar sperma tijdens de ovulatie in de eileider aanwezig is. Zoals in figuur 18 hier beneden te zien is, vindt de ovulatie normaal gesproken 30 uur na de staande tocht plaats.

Er zijn hoofdzakelijk twee regels voor het tijdstip van de inseminatie. Van oudsher gebruikten de veehouders de morgen-avond regel. Deze regel schrijft voor dat koeien en vaarzen waarbij de tocht ´s morgens voor het eerst waargenomen is, dezelfde avond geïnsemineerd moeten worden. Koeien en vaarzen waarbij de eerste tocht ´s avonds wordt waargenomen, moeten de volgende morgen geïnsemineerd worden.

Het tijdstip van insemineren

Dit is nog steeds een goede regel, maar veel veehouders zijn nu overgegaan op eens-per-dag inseminatie. Deze regel schrijft voor dat koeien en vaarzen waarbij de tocht wordt waargenomen in de avond of de volgende morgen, later die dag geïnsemineerd moeten worden. 

Terug naar boven

De gezondheid van de veestapel

Gezondheidsverstoringen en ziektes zullen altijd voorkomen in een veestapel, maar om de economische verliezen te beperken, is het belangrijk de ziektes onder controle te houden. Goede gezondheid en gezondheidsmanagement hebben een belangrijk effect op het netto inkomen van de veehouder.

Omdat het aantal verschillende gezondheidsverstoringen groot is, worden hier de meest voorkomende behandeld. 

Veel voorkomende ziektes en gezondheidsverstoringen

- Opgehouden placenta: Dit is een toestand waarbij de foetusmembranen niet geheel uitgedreven zijn. Een opgehouden placenta verhoogt het risico op een groot aantal andere gezondheidsproblemen (bv. baarmoederinfectie, ketosis en verdraaide lebmaag). Meestal wordt een opgehouden placenta geassocieerd met moeilijk afkalven, een onevenwichtige mineralenhuishouding vlak voor het afkalven (bv. kalium en calcium) of overconditionering.

- Melkziekte: Melkziekte komt voor wanneer er een tekort aan calcium in het bloed zit. Dit komt ook vaak voort uit een onevenwichtige mineralenhuishouding (bv. kalium en calcium) vlak voor het afkalven. Het effect van melkziekte begint vaak met verminderde voeropname, gevolgd door moeilijkheden bij het bewegen. Uiteindelijk raakt de koe verlamd en als ze niet behandeld wordt, kan de koe binnen een paar uur sterven. Maar meestal heeft een behandeling met calcium een goede uitwerking en in de meeste gevallen zal de koe het overleven.

- Ketosis: Ketosis komt voor wanneer een koe begint met melken, maar een tekort aan energie heeft. Deze koeien zullen hun vet gebruiken om de melkproductie te ondersteunen, maar hun lever kan het vet niet gauw genoeg omzetten in energie. Keton lichamen hopen zich op in het bloed en veroorzaken ketosis. Behandelingen bestaan normaal gesproken uit snel te verteren glucosebronnen als propyleenglycol of stroop.

- Verdraaiing van de lebmaag: Dit staat in relatie tot afkalven. De vierde maag (lebmaag) verschuift van de rechterkant van de koe naar de linkerkant. Aangenomen wordt dat dit te maken heeft met een te laag vezelniveau in het dieet, fysieke stress door bijvoorbeeld gladde vloeren, en dat het een gevolg is van andere problemen zoals ketosis.

- Pensverzuring: Er zijn maar een aantal gezondheidsproblemen die rechtstreeks voortkomen uit de voeding. Een daarvan is pensverzuring of acidose, wat veroorzaakt wordt door hoge concentraties krachtvoer. De pH-waarde in de pens zakt gedurende langere tijd beneden de 6,0, wat verschillende problemen veroorzaakt. Een gevolg van acidose is hoefproblemen. Koeien die hier last van hebben kunnen hoefzweren en hoefontstekingen krijgen.

Terug naar boven

- Mastitis: Mastitis is de meest voorkomende en kostbaarste ziekte in veestapels. Het is een ontsteking in de uier die veroorzaakt kan worden door bacteriële infecties of letsel. Koeien met klinische mastitis zijn relatief gemakkelijk te herkennen door de veehouder. De symptomen zijn klontering en verkleuring van de melk, de uier is hard, rood en gezwollen en in sommige gevallen heeft de koe koorts en verminderde eetlust. Koeien met subklinische mastitis vertonen geen uitwendige symptomen van mastitis, maar hun uier is toch geïnfecteerd en het celgetal zal hoog zijn.

- Kreupelheid: Hoefproblemen of kreupelheid worden veroorzaakt door schade aan de gevoelige delen van de hoeven en het is de derde meest voorkomende oorzaak van vervanging na voortplanting en mastitis. Harde en gladde vloeren, verminderde beweging en stofwisselingsverstoringen (vooral acidose) dragen op een negatieve manier bij aan de hoefproblemen. Geschat wordt dat kreupel vee dat niet verzorgd wordt, 20% minder melk produceert.

Het managen van de gezondheid van de veestapel

De economische verliezen door gezondheidsverstoringen kunnen toegeschreven worden aan een of meerdere van de volgende factoren:

  • Minder efficiënte productie en hogere dierenartskosten
  • Verminderde slachtwaarde en onbenutte productiefactoren
  • Toekomstig inkomen is verloren

Het verliezen van toekomstig inkomen gebeurt wanneer de koeien vervangen moeten worden, voordat zij hun economisch optimale leeftijd hebben bereikt. Dit verschilt van individu tot individu, maar het is eigenlijk het moment waarop het winstgevender is om de koe te vervangen dan haar te houden. Vervanging is vaak het resultaat van gezondheidsproblemen en het percentage ligt meestal rond 25-35%. Koeien die op het bedrijf sterven vallen ook onder dit percentage en zouden minder dan 3% moeten vertegenwoordigen.

Een van de hoofddoelen bij het managen van de veestapel zou vermindering van verliezen door ziektes moeten zijn en het bevorderen van welzijn en gezondheid. Een hulpmiddel voor het houden van gezonde koeien is de lichaamsconditie score. Andere belangrijke aspecten die de gezondheid kunnen beïnvloeden zijn de stalomgeving, melkroutines en melkapparatuur.

De lichaamsconditiescore
De lichaamsconditiescore kan gebruikt worden bij het oplossen van problemen en het verbeteren van de gezondheid en productiviteit van de veestapel. Koeien met overgewicht zijn veel gevoeliger voor stofwisselingsproblemen, infecties en onbesmettelijke gezondheidsproblemen. Onderzoek wijst uit dat koeien met overgewicht eerder last hebben van bijv. mastitis, opgehouden placenta, ketosis en kreupelheid. Ze hebben ook eerder problemen bij het kalven. Ondervoeding kan de melkproductie en de vetwaarde verminderen door onvoldoende energie en eiwitreserves.

De lichaamsconditiescore-schaal

Het lichaamsconditiescore-systeem hanteert een schaal van 1 tot 5 waarbij 1 staat voor erg dunne koeien en 5 voor koeien met veel overgewicht (zie het plaatje hierboven). De ideale koe heeft een score van ongeveer 3,5 maar het systeem is ontwikkeld voor koeien in verschillende fases van lactatie (zie het plaatje beneden). Belangrijke plaatsen om te beoordelen zijn: ruggengraat, lendenen, romp, heup, staartwortel en zitbeenderen.

Terug naar boven

Score

Conditie

1 Vel over been
2 - 2,5 Ernstig negatieve energiebalans voor een koe in een vroeg lactatiestadium. Risico van productieverlies
2,5 - 3 Hoogproducerend in een vroeg lactatiestadium
3 - 3,5 Melkkoe in een goede voedingsbalans
3,5 - 4 Late lactatie en een droge koe in goede conditie
4 Overgewicht. Potentiële afkalfproblemen bij droogstand
5 Ernstig overgewicht. Risico van vette koeien syndroom

De lichaamsconditiescores voor koeien (Bron: Heinrichs & Ishler, 1989)

Koeien in de droogstand mogen zowel niet afvallen als in gewicht aankomen en hun lichaamsconditie score zou rond de 3,5 moeten zijn. Als ze teveel vet hebben (>4,0) krijgen ze meestal veel problemen na het afkalven. De reden is dat al die lichaamsvetten door de lever heen moeten voordat het gebruikt kan worden voor de melkproductie. Dit is niet erg als het vet langzaam verbruikt wordt, maar als ze erg snel gewicht beginnen te verliezen, zal het vet zich beginnen op te hopen in de lever en zo een aandoening vormen die ‘vette lever’ genoemd wordt. Deze koeien presteren meestal slecht en zullen eerder sterven. Na het kalveren zouden koeien minder dan 1 punt moeten verliezen voordat zij weer beginnen aan te komen. Koeien die meer dan 1 punt verliezen hebben vaker last van voortplantingsproblemen.

Vanaf de piek tot aan droogstand, zouden de koeien hun lichaamsconditie terug moeten winnen die zij verloren waren voordat de piek bereikt was. Het is normaal voor koeien met problemen (bv. ketosis, hoefproblemen, mastitis, etc.) om 1 punt te verliezen tijdens de eerste twee weken van de lactatie. Ideaal zou het zijn als de lichaamsconditie score bij iedere behandeling, bijgehouden werd. Maar in ieder geval bij de start van de lactatie, de inseminatie en de droogstand. Als er over- of ondervoeding geconstateerd wordt, moet de voerstrategie van een individuele koe of een groep geëvalueerd worden. Het kan zijn dat de voerrantsoenen opnieuw berekend of gecorrigeerd moeten worden om te voldoen aan de behoeftes van de koe.

Het voorkomen en beheersen van mastitis
Mastitis heeft extra aandacht nodig, omdat het de meest voorkomende ziekte is in veestapels. Het is niet ongewoon dat tot 40% van het koppel besmet is met klinische (met visuele symptomen) of subklinische (vaak zonder symptomen) mastitis. Al deze gevallen gaan gepaard met hoge kosten, wat te zien is in de figuur hieronder. In de slechtste gevallen is de uiteindelijke gevolg zelfs vervanging. 

 

Overzicht van kosten die gepaard gaan met mastitis in een gemiddelde veehouderij (Bron: SHS, 1996)

Door goede managementbeslissingen zijn er goede kansen om het aantal gevallen te verminderen. Dit heeft een direct effect op het productieniveau en de kosten. Als een veehouderij bijvoorbeeld in staat is om het celgetal te verminderen van 200.000 naar 100.000, betekent dit een verhoogde productie van 0,7 kg per koe per dag (Zie tabel 5). In een koppel van 100 koeien levert dit een extra melkproductie op van 0,7 x 365 x 100 = 25.550 kg melk per jaar.

Terug naar boven

Celgetal

Melkverlies (kg per koe/per dag)

50.000 0,0
100.000 0,7
200.000 1,4
400.000 2,0
800.000 2,7
1.600.000 3,4

Celgetal en het effect op de melkproductie (Bron: Hopards Dairyman, Mei 1997)

Het management moet zich richten op acties om nieuwe infecties te voorkomen en om de duur van elke infectie te verkorten. Dit wordt bereikt door goed onderhoud van de ligplaatsen en boxen, hygiënische procedures tijdens het melken en regelmatige controle van de melkapparatuur. Melkkoeien hebben een comfortabele, schone, droge en tochtvrije omgeving nodig. Comfort kan van alles betekenen, van voerplaats tot beweegruimte en van lucht tot rustplaatsen. Maar zelfs al zijn de fysieke voorzieningen goed, ook de dagelijkse werkroutines zijn zeer belangrijk bij het voorkomen van vele gezondheidsproblemen. Dit heeft niet alleen betrekking op mastitis, maar ook op hoefproblemen (kreupelheid). De manier om veel van deze gevallen te voorkomen is om regelmatig de hoeven te bekappen en ervoor te zorgen dat de stal droog is en vrij van modder.

Strooisel & stallen

Melkroutines

Melkapparatuur

- Maak de ligboxen en roostervloeren dagelijks schoon
- Zorg voor voldoende ventilatie om vochtigheid te voorkomen
- Houd het strooisel in de ligboxen droog en fris
- Gebruik genoeg droog stro als grondbedekking
- Maak altijd de spenen schoon met papier voor eenmalig gebruik of met handdoeken die tussen de melkbeurten door gewassen worden
- Droog de spenen
- Melk de koeien voor en wees alert op klonten, etc.
- Gebruik na het melken een speendipmiddel
- Melk geïnfecteerde koeien als laatste
- Vervang regelmatig de tepelvoeringen en slangen
- Pulsatoren, leidingen, vacuümregulateurs en pompen moeten nagekeken en onderhouden worden zodat lange cyclische en onregelmatige vacuümschommelingen vermeden worden

Belangrijke maatregelen om mastitis te voorkomen

Door goede melkroutines en -apparatuur zal het aantal gevallen van mastitis beduidend lager worden. Maar toch zullen er nog gevallen voorkomen waarbij behandeling noodzakelijk is. Om overmatige kosten door deze gevallen te vermijden, moet de duur van elk geval verkort worden door:

  • Directe behandeling van klinische gevallen; vroegtijdige waarneming, passende therapie en registratie van klinische gevallen.
  • Koeien met chronische mastitis vervangen.
  • Het celgetal van alle koeien regelmatig nakijken (Hoog celgetal betekent subklinische mastitis).
  • Hardnekkige gevallen afvoeren, bijv. koeien die in één lactatie 3 gevallen in hetzelfde kwartier hebben of 5 gevallen in verschillende kwartieren.

Terug naar boven

Melkkwaliteit

De consumenten van melk eisen gezonde en veilige melk die vrij is van besmettingen, nare geurtjes, etc. Om melk goed te kunnen bewerken moet het ook aan bepaalde standaarden voldoen. Kaas is bijvoorbeeld erg gevoelig voor sporen en antibiotica. De kwaliteitseisen zijn mettertijd steeds strenger geworden en dit zal in de toekomst ook doorzetten. Om hieraan te kunnen voldoen zetten meer en meer zuivelbedrijven hun melkproducenten onder druk. Dit uit zich meestal in het betalingssysteem, waarbij producenten die melk leveren die niet aan de eisen voldoet, boetes moeten betalen. Er zijn ook voorbeelden waarbij bonussen uitgekeerd worden aan producenten die aan de hoogste eisen voldoen. Omdat de kwaliteit van de melk bepalend is voor de uiteindelijke prijs die de melk oplevert, moet hier rekening mee gehouden worden in de dagelijkse routines.

Zuivelfabrieken gebruiken verschillende parameters om de kwaliteit van de melk te controleren. Het exacte niveau van elke parameter verschilt van bedrijf tot bedrijf. Daarom is het belangrijk goed te weten aan welke eisen en standaarden voldaan moet worden. Voorbeelden van testen die gedaan worden zijn:

  • Vet- en eiwitgehalte
  • Kiemgetal (Bactoscan)
  • Reuk en smaak
  • Sporen van antibiotica en andere medicijnen
  • Vriespunt (brengt hoeveelheid water aan het licht)
  • Celgetal
  • Sporen (vooral belangrijk bij het maken van kaas)

 

Melkconsumenten eisen gezonde en veilige melk

Het managen van de melkkwaliteit

Er zijn vele factoren die de kwaliteit van melk beïnvloeden en sommige zijn gemakkelijker onder controle te houden dan andere. Door goed gestructureerde dagelijkse routines en besef onder het personeel is het mogelijk de situatie aanzienlijk te beheersen en te verbeteren. Hieronder staat een lijst met activiteiten die allemaal een positief effect zullen hebben op de algehele kwaliteit en de uiteindelijke prijs van de melk:

  • Hoge kwaliteit water in voldoende hoeveelheden
  • Voer van hoge hygiënische kwaliteit
  • Een goed uitgebalanceerd rantsoen met geschikte ingrediënten
  • Goede algemene hygiëne
  • Een goed onderhouden loopstal en melkstal
  • Acute behandeling van ziektes
  • Lever geen biestmelk
  • Vermijd het leveren van melk van koeien met een hoog celgetal
  • Lever geen melk die resten antibiotica, sulfa, etc. bevat
  • Voeg geen water toe aan de melk
  • Zorg ervoor dat er geen reinigingsmiddelen en/of andere chemische restjes in de melk terechtkomen
  • Zorg voor goede ventilatie om ongewenste geurtjes te voorkomen
  • Zorg ervoor dat de melkapparatuur goed gereinigd is
  • Koel de melk direct na het melken (voorkom bevriezing!)

Terug naar boven

At DeLaval we use cookies to make your website experience better. You can change your web browser settings if you do not allow cookies or do not want cookies to be saved. Read more about how DeLaval handles cookies. I have read and accepted the information on how DeLaval handles cookies.