Eisen aan koelapparatuur

Koelapparatuur 

Het is belangrijk dat de consistentie en de kwaliteit van de melk niet veranderen tijdens de opslag. Om het mogelijk te maken melk op te slaan en de kwaliteit hoog te houden is juiste koelapparatuur van essentieel belang. Wanneer u wilt bepalen wat de meest geschikte koelapparatuur in uw situatie zou zijn, moet u de volgende vragen beantwoorden:

  • Wat is de dagelijkse hoeveelheid melk?
  • Hoeveel melkbeurten kunnen opgeslagen worden (wat is de totale opslagcapaciteit)?
  • Welke koelcapaciteit is nodig?
  • Hoe hoog is de omgevingstemperatuur?
  • Wat zijn de mogelijkheden om efficiënt te kunnen koelen?

Koel- en roerprestaties

Belangrijke factoren zijn het aantal melkbeurten, de omgevingstemperatuur en de melkkoeltijd.

  • Het cijfer (2) geeft een tank aan voor 2 melkbeurten
  • Het cijfer (4) geeft een tank aan voor 4 melkbeurten
  • Het cijfer (6) geeft een tank aan voor 6 melkbeurten
Classificatietemp.Prestatietemp. (PT in °C)Veilige werktemp. (SOT in °C)
A 38 43
B 32 38
C 25 32

PT, Prestatietemp. – Omgevingstemperatuur die gebruikt moet worden wanneer de melkkoeltemperatuur gemeten wordt
SOT, Veilige werktemp.– Hoogste temperatuur waarbij de apparatuur geacht wordt te werken

Melkkoeltijd (van 35°C naar 4°C)

ClassificatieUren
0 2
I 2,5
II 3
III 3,5

0- Maximaal acceptabele koeltijd van 2 uur
I- maximaal acceptabele koeltijd van 2,5 uur
II- maximaal acceptabele koeltijd van 3 uur
III- maximaal acceptabele koeltijd van 3,5 uur

Bijvoorbeeld: koelapparatuur met de code 2BII is ontworpen voor twee melkbeurten, met een berekende koelcapaciteit bij een omgevingstemperatuur van 32°C. De koeltijd (van 35°C naar 4°C) voor elke melkbeurt zal minder dan drie uur zijn.

In de praktijk is het zo dat zodra het aantal melkbeurten meer wordt, de vereiste koelcapaciteit lager wordt. Dit is omdat het relatief toegevoegde melkvolume kleiner is.

Terug naar boven

Melkkoelsnelheid 

Als een tank die geschikt is voor 2 keer melken leeg is of 50% van zijn inhoud aan melk van 4°C bevat en vervolgens wordt er 50% toegevoegd van 35°C, zou alle melk gekoeld moeten worden tot 4°C en niet langer dan de specifieke koeltijd.

Bij vier melkbeurten zijn deze stadia respectievelijk: leeg, 25%, 50%, 75% en 100%. Bij 6 melkbeurten: leeg, 16,7%, 33,3%, 50%, 66,7%, 83,3% en 100% van hun rate volume bij dezelfde temperaturen.

Temperatuurverloop van melk in een opslagtank (periode van 72 uur)

Materiaal

Melkkoeltanks kunnen van verschillende materialen zijn en ieder heeft zijn voor- en nadelen.

MateriaalVoordeelNadeel
Roestvaststaal - vrij van roest
- gemakkelijk te reinigen
- gemakkelijk te maken
- krasbestendig
- schokbestendig
- zuurbestendig
 
Synthetisch - licht
- gemakkelijk te maken
- schokbestendig
- zuurbestendig
- krast gauw
- moeilijk schoon te maken
- duurder
- moeilijk aan te passen
Geëmailleerd staal - roestvrij
- gemakkelijk te reinigen
- krasbestendig
- zeer duur
- niet schokbestendig
- moeilijk te repareren

Voor- en nadelen van materialen voor koeltanks

Algemeen

Materialen die in aanraking komen met reinigingswater en chemicaliën moeten bestand zijn tegen schoonmaak- en reinigingsmiddelen bij normale doseeromstandigheden en temperatuur. Dit is om bederf van de melk te voorkomen.

Terug naar boven

Roestvaststaal 

Het hoofdelement in de legering roestvaststaal is chroom (Cr), wat in concentraties boven 12-13% een inert laagje op het metaal vormt. Een hogere concentratie chroom leidt tot een sterkere inertie (de eigenschap van lichamen om te volharden in de toestand waarin zij zich bevinden) en daardoor een hogere weerstand tegen corrosie. Hoewel chroom het staal roestvast maakt, is het niet bestand tegen agressievere omgevingen. Daarom worden andere elementen toegevoegd om de structuur, de mechanische eigenschappen en de corrosiebestendigheid aan te passen. Deze elementen zijn Nikkel (Ni), Molybdeen (Mo), Stikstof (N) en Koper (Cu). Roestvaststaal is beschikbaar in vele verschillende hoeveelheden. Veel melktanks voldoen aan de kwaliteitsgraad AISI 304 en in speciale gevallen aan AISI 316.

Reiniging.

Reiniging mag niet overgeslagen worden. Door het zorgvuldig reinigen van het melkkoelsysteem kunnen infecties worden voorkomen en koeling zorgt voor het vertragen van microbacteriële groei en chemische processen. Bacteriële groei vermijden door snel te koelen en zorgvuldige reiniging verdienen de extra kosten die dit met zich meegebracht heeft vanzelf terug.

Door de aard van het product, melk, is het nodig de melkapparatuur na elke melkbeurt te reinigen. Dit betekent dat de gehele installatie vrij moet zijn van restjes melk, vooral omdat de belangrijkste levensbron voor bacteriën, namelijk de aanwezigheid van voedsel, dan verwijderd wordt. Door hoge temperaturen te gebruiken en de installatie grondig te desinfecteren zullen de meeste bacteriën gedood worden. Uitgebreide informatie over het hoe en waarom van het reinigen vindt u onder het hoofdstuk Efficiënt Reinigen.

Externe hygiëne

  • Reinig de tank met zeepwater van een speciaal reinigingsmiddel
  • Let op het deksel en rubber afdichtingen
  • Reinig de klep met een borstel en controleer de conditie van de rubber afdichtingen.

Koelaggregaat hygiëne

  • Zorg voor voldoende luchttoevoer
  • Verwijder stof, hooi, spinnenwebben, etc.

Delen die nagekeken moeten worden wanneer de koelapparatuur gereinigd wordt

  • Binnenste oppervlakken moeten glad en schoon zijn.
  • Donkere plaatsen en daar waar water gemengd is met vet en druppels vormt.
  • De roerwerkas.
  • Het tankinterieur. Klim als het nodig is in de tank en reinig die met een borstel.

Terug naar boven

Koelmiddelen

Voor het koelen van melk worden hoofdzakelijk halogene koelmiddelen gebruikt. Deze worden aangegeven met de letter ‘R’ wat staat voor refrigerant, gevolgd door een code. Deze code geeft de volgende aandelen R weer in:

  • Koolstof (C)
  • Waterstof (H)
  • Fluor (F)
  • Chloor (Cl)

Halogene koelmiddelen worden als volgt omschreven:

  • In de dampfase zijn ze geurloos en niet-irriterend
  • Ze zijn niet giftig (behalve bij open vuur)
  • Ze veroorzaken geen corrosie
  • Ze zijn niet vlambaar en explosief

R in koelmiddelen

R12
Het eerste veelgebruikte kunstmatige koelmiddel. Nu is het niet langer toegestaan door de effecten die het heeft op de ozonlaag en de negatieve invloed op het broeikaseffect. Daarom is de productie gestopt. Kookpunt = [1 x 105 Pa] (°C) – 30%.

R22
Tegenwoordig het meest gebruikte kunstmatige koelmiddel. Nadeel is dat het nog steeds enig effect heeft op de ozonlaag (5% van R12). R22 mag niet meer geïnstalleerd worden in Europa. Het mag alleen nog gebruikt worden om een reeds geïnstalleerde koelmachine te repareren. Kookpunt = Boiling point = [1 x 105 Pa] (°C) – 40 %

R134a
Vervanger voor R12, heeft geen negatief effect op de ozonlaag en slechts een klein beetje op het broeikaseffect. Nadeel is dat het speciale olie vereist en dat het vrij ingewikkeld is om een bestaande R12 installatie om te bouwen naar R134a. Kookpunt = [1 x 105 Pa] (°C) – 26,5 %

R404a
Vervanger voor R22, heeft geen negatief effect op de ozonlaag en slechts een klein beetje op het broeikaseffect. Nadeel is dat het speciale olie vereist en dat het vrij ingewikkeld is om een bestaande R22 installatie om te bouwen naar R404a. Kookpunt = [1 x 105 Pa] (°C) – 46,4 %

R407c
Vervanger voor R22, heeft geen negatief effect op de ozonlaag en slechts een klein beetje op het broeikaseffect. Nadeel is dat het speciale olie vereist en dat het vrij ingewikkeld is om een bestaande R22 installatie om te bouwen naar R407c. Kookpunt = [1 x 105 Pa] (°C) – 44  

R507
Vervanger voor R22, heeft geen negatief effect op de ozonlaag en slechts een klein beetje op het broeikaseffect. Nadeel is dat het speciale olie vereist en dat het vrij ingewikkeld is om een bestaande R22 installatie om te bouwen naar R507. Kookpunt = [1 x 105 Pa] (°C) – 46,5 %

Terug naar boven

Normen voor melktanks

Benodigdheden en normen voor melkkoeltanks:

DEKSELS
Om te kunnen openen, sluiten en vergrendelen is er een bepaalde actie nodig. Het spontaan open- en dichtgaan of vergrendelen van het deksel is niet mogelijk.

ROERWERKMOTOR
Gevaarlijke delen van het roerwerk mogen niet in contact komen met degene die de machine bedient. Onbeschermde delen moeten aanwezig zijn op de roerwerkas, met uitzondering van de roerwerkbladen en accessoires voor het koelsysteem.

STABILITEIT
De tank moet gebouwd zijn op een zodanige manier, dat hij onder normale omstandigheden niet zal hellen of verschuiven wanneer hij blootgesteld wordt aan een externe kracht van 750N op elke toegankelijke plaats.

THERMISCHE ISOLATIE
De tank moet voorzien zijn van thermische isolatie zodat melk van 4°C, binnen 12 uur zonder koeling, niet warmer zal worden dan 7°C.

BEVRIEZING VAN MELK
Wanneer de tank in gebruik is, zal zich geen ijs vormen onder het melkoppervlak tijdens koeling of opslag.

ROEREN VAN MELK
Gebruik van het roerwerk zal geen overstroming veroorzaken wanneer de tank elk melkvolume bevat tot 100% van zijn berekende volume. Het roerwerk moet in staat zijn om in niet meer dan 2 minuten een uniforme verspreiding van vet door de melk te bewerkstelligen. En ook daarna, wanneer de melk 1 uur lang niet geroerd is, moet het daartoe in staat zijn.

At DeLaval we use cookies to make your website experience better. You can change your web browser settings if you do not allow cookies or do not want cookies to be saved. Read more about how DeLaval handles cookies. I have read and accepted the information on how DeLaval handles cookies.